Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid van een voormalig bewindvoerder centraal, die door twee zussen werd aangesproken wegens slecht bewind over hun vermogen tijdens hun minderjarigheid. De rechtbank had de bewindvoerder aansprakelijk gesteld voor een bedrag van ruim €39.000,- en veroordeeld tot schadevergoeding.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte artikel 1:444 BW Pro toepaste, omdat dit artikel alleen geldt voor meerderjarigen, terwijl de zussen minderjarig waren tijdens het bewind. Het juiste toetsingskader is artikel 1:362 BW Pro. Tevens werd vastgesteld dat het beginsel van hoor en wederhoor in eerste aanleg niet volledig was nageleefd, maar dat dit in hoger beroep is hersteld.
Belangrijk is dat de voormalig bewindvoerder een door de opvolgend bewindvoerder goedgekeurde rekening en verantwoording had afgelegd, waardoor hij is gedéchargeerd. Het hof concludeerde dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de gestelde schade. De zussen werden veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere aansprakelijkstelling en stelt vast dat de voormalig bewindvoerder niet aansprakelijk is voor de gestelde schade.