Uitspraak
de man,
de vrouw,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
De premies voor uitkering bij invaliditeit, ziekte of ongeval
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in 2012 uit elkaar gegaan en hun huwelijk is in februari 2014 ontbonden. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie en partneralimentatie. De man ging in hoger beroep en betwistte onder meer de hoogte van de alimentatie en de wijze van draagkrachtberekening, waarbij hij stelde dat de winst uit zijn onderneming bepalend is in plaats van kasstromen.
Het hof heeft de behoefte van de kinderen opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de uitspraak van de Hoge Raad over het kindgebonden budget. De draagkracht van de man is berekend op basis van de winst uit onderneming van 2014, waarbij ook de werkelijke woonlasten zijn meegenomen. De draagkracht van de vrouw is eveneens vastgesteld inclusief het kindgebonden budget.
Het hof oordeelde dat de man geen draagkracht heeft voor partneralimentatie en stelde deze op nihil. De kinderalimentatie is verlaagd tot €150 per kind per maand voor 2014 en €115 per kind per maand vanaf 2015. Terugvorderingen van te veel betaalde alimentatie zijn slechts mogelijk voor zover de vrouw meer heeft ontvangen dan de resterende behoefte van de kinderen en partner. Het verzoek tot terugbetaling van woonlasten is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beschikking van de rechtbank is vernietigd en het hof heeft de alimentatieverplichtingen opnieuw vastgesteld met ingang van de ontbinding van het huwelijk.
Uitkomst: Het hof stelde de kinderalimentatie lager vast en partneralimentatie op nihil, wees terugvordering woonlasten af en beperkte terugbetaling van teveel betaalde alimentatie.