Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Anti-Concurrentie
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de opheffing van conservatoir beslag centraal dat Rail Side B.V. had gelegd ten laste van meerdere geïntimeerden. Rail Side stelde dat de geïntimeerden tekort waren geschoten in hun verplichtingen uit een overeenkomst van 30 juni 2011 en een daaropvolgende allonge, met name met betrekking tot een geheimhoudingsbeding en een concurrentieverbod.
Het hof overwoog dat Rail Side onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de allonge was overeengekomen, mede omdat de echtheid van de handtekening werd betwist en het origineel niet was overgelegd. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de geheimhoudingsverplichting en het concurrentieverbod verder reikten dan de contractspartijen zelf. Daarnaast kon Rail Side niet aannemelijk maken dat een eventuele schending van het geheimhoudingsbeding heeft geleid tot de door haar gestelde schade.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de voorzieningenrechter dat summierlijk van ondeugdelijkheid van de vordering was gebleken, waardoor het conservatoir beslag terecht was opgeheven. Ook de incidentele vordering van [geïntimeerde sub 4] tot opheffing van beslag ten laste van Rail Side werd afgewezen. De kosten van het hoger beroep werden Rail Side en [geïntimeerde sub 4] opgelegd respectievelijk.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Rail Side af wegens ondeugdelijkheid.