Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
[vader], verder te noemen: de man,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties A tot en met F, ingekomen op 10 april 2015;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep, ingekomen op 3 juli 2015;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, ingekomen op 17 augustus 2015;
- een journaalbericht van mr. Koopman van 5 januari 2016 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van mr. Schurink van 5 januari 2016 met bijlagen, ingekomen op 6 januari 2016.
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
- te bepalen dat de vrouw aan de man, thans de erven, binnen twee weken na betekening van deze beschikking, de kosten van het onderzoeksrapport van € 140.584,95, althans een bedrag dat het hof redelijk acht, dient te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente voor iedere dag dat de vrouw met betaling van dit bedrag in verzuim is;
- te bepalen dat de vrouw aan de man, thans de erven, binnen twee weken na betekening van deze beschikking, ter zake proces- en advocaatkosten, een bedrag van € 120.000,-, althans een bedrag dat het hof redelijk acht, dient te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente voor iedere dag dat de vrouw met betaling van dit bedrag in verzuim is.