Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant 2] ,
Bovemij Verzekeringsgroep N.V.hierna: Bovemij Verzekeringen,
N.V. Schadeverzekering-Maatschappij Bovemij,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de afrekening van de koopprijs centraal na de verkoop van 51% van de aandelen in Dekavas Holding B.V. aan Bovemij Verzekeringen. De koopprijs was mede afhankelijk gesteld van een earn out regeling, waarbij de uiteindelijke prijs werd berekend aan de hand van omzetgroei, rendement op eigen vermogen en technisch resultaat over de jaren 2009 tot en met 2011.
Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 4.3 van de koopovereenkomst. Appellanten stellen dat omzetgroei een zelfstandige en cumulatieve rol speelt naast rendement en technisch resultaat, wat leidt tot een hogere koopprijs. Bovemij c.s. betoogt dat omzetgroei slechts een onderdeel is van het technisch resultaat en dat alleen rendement en technisch resultaat onderling uitwisselbaar zijn. De rechtbank had de berekeningswijze van Bovemij c.s. gevolgd en de vordering van appellanten afgewezen.
Het hof bevestigt de toepassing van de Haviltex-maatstaf voor contractinterpretatie en constateert dat de koopovereenkomst onduidelijkheid bevat over de uitwisselbaarheid en cumulatie van de drie elementen. Het hof staat appellanten toe bewijs aan te voeren over de achterliggende bedoelingen van partijen en wijst een comparitie toe voor het horen van getuigen. De verdere beslissing wordt aangehouden om dit bewijs te laten plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof wijst een bewijsopdracht toe en houdt verdere beslissing aan voor het horen van getuigen over de uitleg van de koopprijsafrekening.