Uitspraak
Megalim,
De Veenbloem,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft Megalim Investments B.V. (pandhouder) het faillissement aangevraagd van De Veenbloem B.V., de schuldenaar van de verpande vordering. De rechtbank wees dit verzoek af omdat Megalim geen schuldeiser is van De Veenbloem, maar slechts een pandrecht heeft op een vordering die Diamond Invest B.V. op De Veenbloem heeft.
Megalim stelde dat zij op grond van het pandrecht en de openbaarmaking daarvan een betalingsverplichting van De Veenbloem heeft en daarmee schuldeiser is in de zin van de Faillissementswet. Het hof overwoog dat het pandrecht een beperkt recht is dat de pandhouder bevoegd maakt tot inning en nakoming van de verpande vordering, maar niet tot andere schuldeisersbevoegdheden zoals het aanvragen van faillissement.
Het hof verwees naar het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2014:415) waarin is vastgesteld dat de pandgever schuldeiser blijft en bevoegdheden zoals het aanvragen van faillissement behoudt. De pandhouder kan slechts nakoming eisen en betalingen ontvangen. Daarom is het verzoek van Megalim om faillissement aan te vragen ongegrond en wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Megalim is veroordeeld in de kosten van beide instanties en de nakosten. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 maart 2016.
Uitkomst: Het hof wijst het faillissementsverzoek van de pandhouder af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.