Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale Administratie(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een autohandelaar, kreeg drie naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd inclusief verzuimboeten omdat een auto zonder geldig handelaarskenteken op de weg werd gebruikt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslagen ongegrond maar matigde de boeten. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch matigde de naheffingsaanslagen en vernietigde de boetebeschikkingen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat de boeten van 100 procent passend waren, omdat belanghebbende onvoldoende toezicht hield op het gebruik van de auto en niet aannemelijk maakte dat zij alle zorg had betracht om het verzuim te voorkomen (avas). De bezitsduur van de auto was geen reden tot matiging.
Het hof verklaarde het beroep tegen de boeten ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de boeten betrof. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep tegen de boeten ongegrond en handhaaft de boeten van 100 procent per naheffingsaanslag.