Uitspraak
[appellante],
de curator,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
te vernietigen het vonnis op 22 januari 2014 door de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, zittingsplaats Leeuwarden, onder zaak-/rolnummer C/17/125963/HA ZA 13-85 gewezen tussen appellante als (mede)gedaagde en geïntimeerde als eiser, en opnieuw rechtdoende alsnog moge behagen bij arrest, voor zoveel mogelijk wettelijk uitvoerbaar bij voorraad:
3.De feiten
4.De vorderingen en de beslissingen in eerste aanleg
5.Eiswijziging
6.De beoordeling van het hoger beroep
naastelkaar heeft aangevoerd, als gevolg waarvan hij zichzelf regelmatig tegenspreekt. Dit brengt mee dat de curator onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die, indien bewezen, tot de conclusie kunnen leiden dat [appellante] jegens de failliet onrechtmatig heeft gehandeld.
geenvaste aanneemsom is overeengekomen maar een redelijke prijs is verschuldigd. Door enerzijds uit te gaan van een vaste aanneemsom van € 4.520.000,- maar anderzijds van een redelijke prijs, is de grondslag ook innerlijk tegenstrijdig. Dat brengt reeds mee dat door de curator onvoldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld die, indien bewezen, de conclusie kunnen dragen dat sprake is van onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke crediteuren.