Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
gevestigd te Tiel,
1.Het verdere verloop van het geding
17 juni 2014 heeft overwogen.
3.De beslissing
W. Duitemeijer en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 mei 2015.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich uitgesproken over de vraag welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek tot herroeping van een beschikking van de kantonrechter. Het geschil ontstond nadat verzoeker, ondanks een appelverbod, hoger beroep instelde bij het hof met een beroep op een doorbrekingsgrond. Dit beroep werd door het hof verworpen.
Naar aanleiding hiervan stelde het hof een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over de uitleg van artikel 384 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met betrekking tot de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat in dergelijke gevallen de kantonrechter in eerste aanleg en niet het hof als appelrechter bevoegd is.
Gelet op deze prejudiciële beslissing verklaart het hof zich onbevoegd om het verzoek van verzoeker te behandelen en verwijst de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank Gelderland (locatie Arnhem), die op grond van de gerechtelijke kaart bevoegd is. Hiermee wordt de procedure correct voortgezet bij de juiste rechterlijke instantie.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek en verwijst de zaak naar de rechtbank Gelderland (locatie Arnhem).