Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z]
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Heerenveen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, bestaande uit de fiscale eenheid [X] B.V. en [Y] B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen de door haar betaalde omzetbelasting over de periode december 2009 tot en met januari 2010, waarin vee vanuit Duitsland naar Nederland werd overgebracht. Zij voerde primair aan dat toepassing van artikel 17e van de Wet OB vrijstelling van omzetbelasting zou verlenen en subsidiair dat het Besluit van 24 februari 1993 (VB93/447) van toepassing was.
De Rechtbank Leeuwarden wees het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat de veehandelregeling een forfaitaire goedkeuringsregeling is en geen vrijstellingsregeling in de zin van artikel 17e Wet OB of artikel 140 BTW Pro-richtlijn. Belanghebbende verricht aldus geen in elk geval vrijgestelde leveringen en voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden voor vrijstelling.
Ook het beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie (C-144/13, C-154/13 en C-160/13) slaagt niet, omdat deze arresten niet leiden tot een andere uitleg van artikel 17e Wet OB. Evenmin kan belanghebbende rechten ontlenen aan het besluit VB93/447, omdat het overbrengen van vee tussen vestigingen van dezelfde fiscale eenheid niet gelijkgesteld kan worden aan het overbrengen van geoogste landbouwproducten van het eigen bedrijf.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.