Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[eiseres sub 1],
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.Het geding
2.De motivering van de beslissing
eind mei” zou hebben plaatsgevonden. Op 28 mei 2008 is [gedaagde] echter door zijn advocaten gewezen op de onzekerheid van de waarde van het onderpand. Heeft [gedaagde] [de notarisklerk] dan daarvoor of daarna gebeld? En wat is dan de aanleiding geweest om [de notarisklerk] überhaupt te bellen? Is het telefoongesprek niet achterhaald door de e-mail van 28 mei 2008?” [gedaagde] heeft van zijn kant wel concreet gesteld dat [gedaagde] pas na de e-mail van 28 mei 2008 met [de notarisklerk] heeft gebeld, om alsnog de zekerheid te krijgen die de e-mail van 28 mei 2008 niet bood (dupliek onder 14). Bij pleidooi (pleitnota onder 27) hebben [eisers] naar aanleiding daarvan enkel opgemerkt dat het tijdstip van het telefoongesprek opnieuw dient te worden bepaald, doch daarmee miskennen zij dat zij (daaraan voorafgaand) allereerst (concreet) dienen te stellen dat het telefoongesprek eerder is gevoerd. Dat hebben zij nagelaten, alhoewel verwacht mag worden dat een notaris(klerk) van een dergelijk gesprek een telefoonnotitie maakt, dan wel dat – bijvoorbeeld – uit de administratie valt op te maken wanneer een dergelijk inkomend telefoongesprek is gevoerd.
3.Slotsom
€ 3.576,-(4 punten x tarief II)