Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Verwijzingsarrest
3.De feiten
4.Beoordeling van het verzet
5.Proceskosten
6.Beslissing
binnen zes wekenna de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was het niet eens met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete over 2006. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof, dat dit niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende deed verzet, maar de Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug voor herbeoordeling.
In de verwijzingsprocedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelde belanghebbende dat hij tijdig hoger beroep had ingesteld, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof oordeelde dat het hogerberoepschrift pas na de termijn was ontvangen en dat belanghebbende geen bewijs leverde van tijdige verzending. Ook de stelling dat een eerder ingediende dagvaarding als hogerberoepschrift moest worden aangemerkt, faalde.
Belanghebbende was niet verschenen om nadere toelichting te geven. Het hof concludeerde dat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het verzet ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer op 4 februari 2014 te Arnhem.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn; het verzet is ongegrond.