ECLI:NL:GHARL:2014:7022
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten, gehuwd en met drie minderjarige kinderen, verzochten toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van circa €33.881,42 en een laag gezamenlijk inkomen. De rechtbank verklaarde hen niet-ontvankelijk omdat zij niet tijdig de vereiste gegevens hadden overgelegd. Het hof ontving het hoger beroep, gelet op een arrest van de Hoge Raad, en beoordeelde de ontvankelijkheid en inhoud.
Uit het dossier bleek dat appellanten diverse schulden hadden, waaronder een studielening en leningen bij kredietverstrekkers, en dat zij na het verlies van inkomsten niet meer aan hun verplichtingen konden voldoen. Het hof stelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Tevens was onvoldoende onderbouwd dat zij hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zullen nakomen, mede vanwege ontbrekende medische stukken over vermeende arbeidsbeperkingen.
Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden aangetoond dat zij de inspanningsverplichting tot het verwerven van baten voor de boedel zullen nakomen. Ook het beroep op gezondheidsklachten en vermeende communicatieproblemen met de rechtbank konden niet leiden tot ontvankelijkheid of toewijzing. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd, met opnieuw afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt geweigerd.