Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
29 juli 2014
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende diende een eerste aanvraag in voor een bouwvergunning die werd geweigerd. Vervolgens diende hij een tweede aanvraag in waarvoor de gemeente een legesnota opstelde. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze tweede legesnota, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof dat de tweede aanvraag daadwerkelijk in behandeling is genomen en dat de leges daarvoor terecht zijn geheven.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van ongeoorloofde druk om een tweede aanvraag in te dienen en dat de brief van belanghebbende waarin sprake was van intrekking van de tweede vergunning niet rechtsgeldig was, omdat de behandeling al had plaatsgevonden. De heffingsambtenaar had de leges nota terecht met 25% verminderd vanwege de intrekking.
Het hof merkte op dat de eerste legesnota onherroepelijk vaststaat en dat de procedure omtrent de bouwvergunning zelf een ander bestuursrechtelijk traject betreft. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de tweede legesnota terecht is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.