Uitspraak
Overwegingen:
Beslissing
[naam terbeschikkinggestelde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De terbeschikkinggestelde maakte beroep tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling met een jaar, waarbij tevens bijzondere voorwaarden werden gewijzigd. De verpleging van overheidswege was in december 2013 voorwaardelijk beëindigd, maar deze beëindiging had nog geen jaar geduurd.
De raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde voerde aan dat de maatregel beëindigd moest worden omdat er geen stoornis meer was en het gevaar voor recidive gering was. Zij verwees ook naar een eerdere uitspraak waarin terugwerkende kracht werd toegekend aan de voorwaardelijke beëindiging. Het openbaar ministerie en deskundigen stelden echter dat er nog sprake was van een milde stoornis en gering recidivegevaar, en dat verlenging noodzakelijk was.
Het hof oordeelde dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging geen terugwerkende kracht kan hebben en dat de wetgever met artikel 509t bedoelt dat de voorwaardelijke beëindiging minimaal een jaar feitelijk moet hebben geduurd. Omdat dit niet het geval was, stond dit verlenging van de maatregel in de weg. Ook was er nog sprake van stoornis en recidivegevaar. Het verzoek tot het horen van een deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de rechtbank Gelderland van 18 april 2014 tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar en wijziging van de bijzondere voorwaarden.
Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar wordt bevestigd omdat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging nog geen jaar heeft geduurd en er nog sprake is van stoornis en recidivegevaar.