ECLI:NL:GHARL:2014:508
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling op grond van artikel 224 lid 2 Rv in hoger beroep
In deze civiele procedure in hoger beroep vordert de geïntimeerde zekerheidstelling van de appellante, een rechtspersoon naar buitenlands recht, voor proceskosten conform artikel 224 lid 1 Rv Pro. De appellante verzet zich hiertegen met een beroep op artikel 224 lid 2 Rv Pro, dat een uitzondering maakt indien zekerheidstelling voortvloeit uit een verdrag of EG-verordening.
Het hof overweegt dat het Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering van 1 maart 1954, waarbij Nederland en Duitsland partij zijn, bepaalt dat aan onderdanen van verdragsluitende staten die in een andere verdragsstaat hun domicilie hebben, geen zekerheidstelling kan worden opgelegd. De appellante is statutair gevestigd in Duitsland, waardoor haar woonplaats in dat land is gegeven.
De stelling van de geïntimeerde dat de appellante niet feitelijk op het opgegeven adres verblijft, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof wijst daarom de vordering tot zekerheidstelling af en houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar een roldatum voor memorie van antwoord.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling wordt afgewezen op grond van artikel 224 lid 2 Rv vanwege toepassing van een internationaal verdrag.