Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant 1],
[appellant 1], en
[appellant 2],
[appellant 2],
[appellanten],
PlasBossinade,
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
een en ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad;
[appellanten] te veroordelen in de kosten van beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad."
3.De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling in hoger beroep
grief Ien de daarop gegeven toelichting bestrijden [appellanten] het oordeel van de rechtbank dat zij ten aanzien van de schade in onvoldoende mate aan hun stelplicht hebben voldaan.
Grief IIkomt erop neer dat de rechtbank ten onrechte in het midden heeft gelaten of er een causaal verband bestaat tussen de beroepsfout van PlasBossinade en de schade die [appellanten] stellen te hebben geleden. [appellanten] stellen met
grief IIIdat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verleende rechtsbijstand ten aanzien van de besluiten van 29 juni 2001, 27 juli 2001 en 29 (het hof leest: 9) augustus 2012 niet door de (gedeeltelijke) ontbinding wordt getroffen.
Grief IV, die betrekking had op de afwijzing door de rechtbank van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, is ten pleidooie ingetrokken.
Grief Vstrekt ertoe dat de rechtbank PlasBossinade in de proceskosten in eerste aanleg had dienen te veroordelen.