ECLI:NL:GHARL:2013:CA3163
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1998 en 1999 wegens onvoldoende voortvarendheid inspecteur
Belanghebbende heeft in de jaren 1998 en 1999 op grote schaal vermogen onttrokken aan S BV door middel van vervalste facturen en het aanhouden van Duitse bankrekeningen. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op met toepassing van de verlengde navorderingstermijn. Na bezwaar vernietigde de rechtbank Arnhem deze aanslagen wegens schending van het evenredigheidsbeginsel en onvoldoende voortvarendheid.
De Inspecteur stelde dat de navorderingsaanslagen tijdig waren opgelegd en dat het handelen van de FIOD aan hem moest worden toegerekend. Het Hof overwoog dat de Inspecteur na ontvangst van alle benodigde informatie op 27 juni 2007 de aanslagen had kunnen opleggen, maar dit pas deed op 14 april 2008 zonder voldoende reden.
Het Hof oordeelde dat hierdoor de navorderingsaanslagen niet met voldoende voortvarendheid waren opgelegd en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en de overige vragen bleven onbeantwoord.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 1998 en 1999 worden vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid van de Inspecteur.