ECLI:NL:GHARL:2013:CA2815
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over financiële afwikkeling en kostenverdeling na ontbinding vennootschap onder firma
In deze civiele procedure stond de financiële afwikkeling na ontbinding van een vennootschap onder firma (v.o.f.) centraal. Appellant en geïntimeerde waren vennoten in de v.o.f. die was ontbonden zonder dat een eindbalans was opgemaakt. Appellant vorderde betaling van geïntimeerde voor door hem uit privé-middelen voldane schulden van de v.o.f., terwijl geïntimeerde stelde dat hij bedragen had ingebracht in de v.o.f. en dat er sprake was van een lening.
De rechtbank Assen had een deel van de vorderingen toegewezen, maar het hof oordeelde dat zonder vereffening van de v.o.f. geen afzonderlijke afrekening kan plaatsvinden. Het hof vond dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn stellingen en dat de vordering van geïntimeerde tot betaling van €15.500 niet toewijsbaar was. De vordering werd afgewezen en de kosten van de procedure werden gecompenseerd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van 30 juli 2008 en vernietigde het vonnis van 31 maart 2010 voor zover appellant in reconventie was veroordeeld tot betaling aan geïntimeerde. Tevens veroordeelde het hof geïntimeerde tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen aan appellant, vermeerderd met wettelijke rente. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van geïntimeerde tot betaling van €15.500 af, veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling aan appellant en compenseert de proceskosten.