ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6352
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting na echtscheiding
Belanghebbende was in 2008 gehuwd in gemeenschap van goederen en deed aangifte inkomstenbelasting met fiscale partnerschap, waarbij de negatieve inkomsten uit eigen woning voor 100% aan hem werden toegerekend. De Inspecteur nam echter slechts 50% in aanmerking en verrekende de volledige voorlopige teruggaaf met de aanslag van belanghebbende, wat leidde tot een betalingsverplichting.
Belanghebbende stelde dat de voorlopige teruggaaf slechts voor 50% verrekend diende te worden en dat zijn ex-partner ook 50% met haar aanslag moest verrekenen. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 15 AWR Pro de voorlopige teruggaaf volledig verrekend moet worden met de aanslag van degene op wiens naam deze is gesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, mede omdat het aangifteprogramma geen rechten schept.
Het hof wees ook het verzoek af om de Belastingdienst te gelasten het aangifteprogramma aan te passen of gezamenlijke behandeling van aangiften van fiscale partners te gelasten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief verrekening van de volledige voorlopige teruggaaf wordt bevestigd.