ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5888
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 2004, 2005 en 2006. Tegen deze aanslagen werden bezwaarschriften ingediend door zijn gemachtigde, waarna de Inspecteur de bezwaren ongegrond verklaarde met uitspraken op bezwaar die aan de gemachtigde werden toegezonden.
Belanghebbende stelde dat de beroepstermijn niet juist was aangevangen omdat de uitspraken niet aan hemzelf maar alleen aan zijn gemachtigde waren verzonden, waardoor de termijn pas later zou zijn gestart. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur conform de wet bevoegd was de uitspraken alleen aan de gemachtigde te verzenden, dat de beroepstermijn correct was aangevangen op de dag na de terpostbezorging aan de gemachtigde, en dat de beroepschriften te laat waren ingediend. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden maakten de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.