ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5886
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde en proceskostenvergoeding voor rechtsbijstand
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning die voor 2011 door de heffingsambtenaar werd gewaardeerd op €280.000, later verlaagd tot €250.000 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwist belanghebbende de waarde en vordert een verdere verlaging tot €228.000 en een proceskostenvergoeding voor de door zijn buurman, een belastingadviseur, beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het hof stelt vast dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing heeft geleverd met een taxatierapport en dat de meerderheidsregel niet kan worden toegepast omdat slechts één vergelijkbaar object is aangedragen. De WOZ-waarde van €250.000 wordt bevestigd.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelt het hof dat de buurman als derde beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend, ondanks de no cure no pay-overeenkomst. Daarom is een vergoeding van de kosten gerechtvaardigd, maar het hof matigt deze met 50%. Daarnaast wijst het hof andere kosten zoals verletkosten af. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de proceskostenvergoeding vastgesteld op €1.357,88.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt bevestigd op €250.000 en een gedeeltelijke proceskostenvergoeding van €1.357,88 toegekend.