ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5773
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging forfaitair rendement van 4% op buitenlandse beleggingsfondsen in inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2006 waarbij de Inspecteur een forfaitair rendement van 4% toepaste op participaties in buitenlandse beleggingsfondsen die geen dividend hadden uitgekeerd. Primair stelde belanghebbende dat Nederland niet bevoegd was dit forfait te heffen, subsidiair dat hij recht had op verrekening van een fictieve buitenlandse bronbelasting.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof stelt vast dat Nederland als woonstaat gerechtigd is zijn inwoners te belasten over het wereldinkomen, waarbij het gebruik van ficties en forfaits is toegestaan. De belastingverdragen met de betrokken landen kennen Nederland het heffingsrecht toe over betaalde dividenden, maar niet over fictieve inkomsten.
Het hof oordeelt dat het forfaitair rendement in box III niet leidt tot een verschuiving van het heffingsrecht buiten de verdragsbepalingen. Het forfait is een nationale regeling die niet in strijd is met de verdragen. Het subsidiaire standpunt over verrekening van een fictieve buitenlandse bronbelasting wordt eveneens verworpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag met forfaitair rendement van 4% en wijst het hoger beroep af.