Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoeker]
mr. J.M. Eringa, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na het faillissement van meerdere installatiebedrijven werden de handelsnamen, klantenbestanden en activa verkocht aan ITW, die de onderneming voortzette. Bel en verzoeker startten een concurrerende onderneming onder soortgelijke handelsnamen. ITW en de curator vorderden staking van het handelsnaamgebruik, wat in kort geding werd toegewezen met een termijn voor het starten van een bodemprocedure.
Bel en verzoeker gingen in hoger beroep tegen deze beschikking, stellende dat ITW de handelsnamen niet meer gebruikte en dat er geen sprake was van verwarring. Het hof oordeelde dat ITW de handelsnamen Elektroburo H. Vos en verwante namen wel degelijk gebruikte en dat Bel en verzoeker onvoldoende gemotiveerd hadden betwist dat ITW en haar zustervennootschap de handelsnamen voortzetten.
Het hof stelde vast dat de handelsnamen voldoende onderscheidend vermogen bezitten en dat het gebruik door Bel en verzoeker in geringe mate afwijkt van de oudere handelsnamen, waardoor verwarring bij het publiek in de regio Twente te duchten is. Diverse voorbeelden van daadwerkelijke verwarring werden aangevoerd. De grieven van Bel en verzoeker werden overwegend verworpen en de bestreden beschikking werd bekrachtigd, met veroordeling van Bel en verzoeker in proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verbod voor Bel en verzoeker om handelsnamen te gebruiken die verwarring veroorzaken met de handelsnamen van ITW en veroordeelt hen in proceskosten.