Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van een minderjarige door haar vader met de Nigeriaanse nationaliteit centraal. De moeder heeft het gezag en is tegen de erkenning, waardoor het hof moet beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is en of de erkenning kan worden toegestaan.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de vader in Nederland woont. De toepasselijkheid van internationale verordeningen en verdragen wordt uitgesloten omdat deze niet op afstammingskwesties van toepassing zijn.
Omdat onvoldoende informatie beschikbaar is over de gevolgen van erkenning onder Nigeriaans recht, besluit het hof advies in te winnen bij het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) te Den Haag. Het IJI zal onder leiding van een raadsheer-commissaris onderzoek doen naar onder meer de verkrijging van de Nigeriaanse nationaliteit door het kind, mogelijke militaire dienstplicht, belastingplicht, paspoortaanvragen en de invloed van erkenning op het gezag.
De kosten van het IJI worden ten laste van de Rijkskas gebracht. Het hof houdt verdere beslissing aan totdat het advies is ontvangen en partijen hierop kunnen reageren.
Uitkomst: Het hof besluit advies in te winnen bij het Internationaal Juridisch Instituut over de gevolgen van erkenning en houdt verdere beslissing aan.