Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of een aannemer aansprakelijk kon worden gehouden voor gevolgschade veroorzaakt door ondeugdelijke verbouwingswerkzaamheden zonder dat de opdrachtgever hem eerst in gebreke had gesteld of de gelegenheid had gegeven de schade te herstellen.
De aannemer had in 2005 een inpandige verbouwing uitgevoerd waarbij onder meer een scheidingswand werd geplaatst en een waterafvoer werd aangelegd. In 2009 ontdekte de opdrachtgever waterschade veroorzaakt door niet verlijmde pvc-koppelingen, wat leidde tot langdurige lekkage en onherstelbare schade aan de scheidingswand en vloerbedekking.
De opdrachtgever stelde de aannemer aansprakelijk en vorderde vergoeding van de niet door verzekeraars gedekte schade. De kantonrechter wees de vordering grotendeels toe, en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat voor gevolgschade geen ingebrekestelling of herstelmogelijkheid vereist is wanneer nakoming blijvend onmogelijk is, en dat de aannemer daarom aansprakelijk is voor de gevolgschade.
De kosten van het hoger beroep werden aan de aannemer opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 oktober 2013.
Uitkomst: Het gerechtshof veroordeelt de aannemer tot vergoeding van gevolgschade zonder dat ingebrekestelling vereist is.