ECLI:NL:GHAMS:2026:952
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2025. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 27 maart 2026 heeft de raadsman van de verdachte namens hem aangegeven dat het hoger beroep niet meer wordt gehandhaafd.
De advocaat-generaal heeft daarop gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte door het niet handhaven van het hoger beroep tevens zijn eerder opgegeven bezwaren heeft ingetrokken.
Verder is gebleken dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij een nader onderzoek van de zaak. Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 maart 2026.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.