Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:951

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
23-001113-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking

De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 mei 2025. Tijdens de terechtzitting op 27 maart 2026 heeft de raadsman van de verdachte namens hem aangegeven het hoger beroep niet meer te willen handhaven.

De advocaat-generaal heeft daarop gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte daarmee zijn eerder opgegeven bezwaren intrekt en dat er geen rechtens te respecteren belang is dat een nader onderzoek rechtvaardigt.

Op basis hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 maart 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001113-25
datum uitspraak: 27 maart 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 mei 2025 in de strafzaak onder de parketnummers 15-037702-25 en 15-032365-22 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats,
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de e-mail van de raadsman van de verdachte van 26 maart 2026 met daarin het verzoek de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het
hoger beroep conform artikel 416 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu de raadsman ter terechtzitting te kennen heeft gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, moet de verdachte geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2026.
Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]