Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:944

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
23-002613-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking

In deze strafzaak was hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter van 27 oktober 2025. De verdachte, geboren in 2008, was in eerste aanleg veroordeeld en stelde hoger beroep in tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.

Tijdens de procedure gaf de advocaat van de verdachte op 16 maart 2026 aan dat de verdachte wenste te berusten in het vonnis en het hoger beroep niet langer wilde handhaven. Het hof overwoog dat hierdoor de eerder opgegeven bezwaren waren ingetrokken en dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestond bij verder onderzoek.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2026.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002613-25
datum uitspraak: 19 maart 2026
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 27 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-039803-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2008,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Op 29 december 2025 heeft de raadsvrouw per e-mailbericht te kennen gegeven dat het hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.
Op 16 maart 2026 heeft de raadsvrouw per e-mailbericht aan het hof te kennen gegeven dat de verdachte alsnog wenst te berusten in het vonnis in eerste aanleg.
Het hof overweegt dat nu de verdachte te kennen heeft gegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven hij geacht met worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.