ECLI:NL:GHAMS:2026:943
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter te Haarlem van 27 oktober 2025. De verdachte, geboren in 2008, had hoger beroep ingesteld tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.
Echter heeft de raadsvrouw van de verdachte op 16 maart 2026 aan het hof laten weten dat de verdachte wenst te berusten in het vonnis en het hoger beroep niet langer wil handhaven. Het hof overweegt dat door deze intrekking de eerder opgegeven bezwaren zijn ingetrokken en dat er geen rechtens te respecteren belang meer is bij onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de raadsheren M. Iedema, M.J.A. Duker en J.H. van der Werff.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.