ECLI:NL:GHAMS:2026:931
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens Lewy Body dementie in ontnemingszaak
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was eerder onherroepelijk veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en flessentrekkerij.
In hoger beroep verzocht de raadsman schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 Sv Pro, vanwege de ernstige Lewy Body dementie van betrokkene. Deze progressieve psychogeriatrische aandoening beperkt zijn cognitieve en fysieke vermogens zodanig dat hij niet meer in staat is de vervolging te begrijpen of effectief deel te nemen aan de procedure.
Het hof nam kennis van medische stukken en de toelichting van de raadsman, en stelde vast dat betrokkene 24 uur per dag begeleiding nodig heeft en geen coherent gesprek kan voeren. Gezien het progressieve karakter van de aandoening is geen verbetering te verwachten.
Het hof oordeelde dat betrokkene niet in staat is de strekking van de vervolging te begrijpen en dat de ontnemingsvordering een sequeel is van de strafzaak. Op grond van artikel 16 Sv Pro schorst het hof de vervolging van betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 februari 2026.
Uitkomst: De vervolging van betrokkene wordt geschorst wegens ernstige Lewy Body dementie waardoor hij niet in staat is de vervolging te begrijpen.