Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:901

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
200.336.548
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13Art. 7:509 BWArt. 7:513d lid 1 BWArt. 3:40 lid 2 BWArt. 7:502 lid 1 sub g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk annuleringsbeding pakketreisovereenkomst en toewijzing verzekeringskosten

Partijen sloten een pakketreisovereenkomst waarbij de geïntimeerde de reis niet afnam en slechts een aanbetaling deed. Prijsvrij vorderde annuleringskosten, maar de kantonrechter wees deze af wegens schending van informatieplichten en oneerlijke handelspraktijken.

In hoger beroep beoordeelde het hof de annuleringsbedingen in de ANVR- en FTI Reisvoorwaarden. Het hof oordeelde dat het beding dat 85% van de reissom verschuldigd is bij niet verschijnen op de vertrekdag oneerlijk is, mede omdat de overeenkomst volgens de ANVR-voorwaarden al eerder geacht werd te zijn geannuleerd bij betalingsachterstand.

Verder stelde het hof vast dat Prijsvrij onvoldoende heeft onderbouwd dat de gevorderde beëindigingsvergoeding passend en gerechtvaardigd is, zoals vereist op grond van artikel 7:509 BW Pro en Richtlijn 2015/2302.

Het hof vernietigde het beding en wees de gevorderde annuleringskosten af, maar kende wel de verzekeringspremie, incassokosten en rente toe. Prijsvrij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof vernietigt het oneerlijke annuleringsbeding en wijst alleen de verzekeringskosten met rente en incassokosten toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)
zaaknummer : 200.336.548/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : 10172334 \ CV EXPL 22-6403
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 maart 2026
in de zaak van
PRIJSVRIJ.NL B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
appellante,
advocaat: mr. M.F.J. van Os te 's-Hertogenbosch,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna Prijsvrij en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

Partijen hebben een pakketreisovereenkomst gesloten. [geïntimeerde] heeft de pakketreis niet afgenomen en alleen een aanbetaling van € 0,01 gedaan. Prijsvrij vordert betaling van annuleringskosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Prijsvrij haar (pre)contractuele informatieplichten heeft geschonden en zich bedient van een oneerlijke handelspraktijk. Om die reden heeft zij de pakketreisovereenkomst vernietigd en de vorderingen van Prijsvrij afgewezen. Tegen dat oordeel komt Prijsvrij met haar grieven op.

2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

In deze zaak heeft het hof op 25 maart 2025 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar het tussenarrest verwezen (ECLI:NL:GHAMS:2025:708).
Prijsvrij heeft daarna op 15 april 2025 een akte ingediend.
Vervolgens is opnieuw arrest bepaald.

3.De verdere beoordeling

3.1.
In het tussenarrest heeft het hof bepaald dat moet worden beoordeeld of de annuleringsbedingen waar Prijsvrij haar vorderingen op heeft gegrond, oneerlijk zijn. Prijsvrij is in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten, hetgeen zij bij de hiervoor genoemde akte heeft gedaan.
3.2.
De door Prijsvrij gehanteerde annuleringsbedingen luiden als volgt. In de artikelen
9 en 10 in “§ 1 De ANVR-Reisvoorwaarden voor pakketreizen” (hierna: de ANVR-Reisvoorwaarden) in de ANVR-Reizigersvoorwaarden staat, voor zover van belang, het volgende:
Artikel 9 Als Pro je wilt opzeggen
9.1.
Je kunt de reisovereenkomst voor het begin van de pakketreis opzeggen. Doe je dit, dan ben je verplicht om aan de organisator de schade te vergoeden die hij ten gevolge van de opzegging lijdt. Deze schade bedraagt maximaal eenmaal de reissom.
9.2.
Tenzij de organisator afwijkende bepalingen met jou overeenkomt, gelden de hieronder afgesproken percentages (gefixeerde schade) die gebaseerd zijn op het tijdstip van opzegging, de eventueel te verwachten kostenbesparingen en inkomsten die de organisator verkrijgt uit het alsnog verkopen van de door jou geannuleerde reis, naast de eventueel verschuldigde reserveringskosten:

Bij annulering tot de 42e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: de aanbetaling maar niet meer dan 35%;

Bij annulering vanaf de 42e kalenderdag (inclusief) tot de 28e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 35% van de reissom;

Bij annulering vanaf de 28e kalenderdag (inclusief) tot de 21e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 40% van de reissom;

Bij annulering vanaf de 21e kalenderdag (inclusief) tot de 14e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 50% van de reissom;

Bij annulering vanaf de 14e kalenderdag (inclusief) tot de 5e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 75% van de reissom;

Bij annulering vanaf de 5e kalenderdag (inclusief) tot de vertrekdag: 90% van de reissom;

Bij annulering op de vertrekdag of later: de volledige reissom.
Onder reissom wordt in dit kader verstaan de door of namens de organisator gepubliceerde prijs, exclusief reserveringskosten, verzekeringspremies en bijdrage Calamiteitenfonds
(…)
Artikel 10 Betaling Pro
10.1.
Je ontvangt vóór het sluiten van de reisovereenkomst informatie van de organisator wanneer de reissom (volledig) betaald moet zijn. (…) Heb je niet op het door de organisator vermelde tijdstip aan jouw financiële verplichtingen voldaan, dan ben je van rechtswege in verzuim.
10.2.
Als je in verzuim bent, maant de organisator, of iemand namens hem jou aan tot betaling en stelt je een termijn van 14 dagen om alsnog aan je verplichtingen te voldoen. Je wordt erop gewezen dat als je ook dan niet betaalt de overeenkomst per deze datum geacht wordt te zijn geannuleerd. De organisator verrekent reeds betaalde bedragen met de annuleringsgelden. Als de vertrekdatum binnen deze 14 dagen ligt, dan moet je de volledige reissom in ieder geval uiterlijk 24 uur voor de vertrekdatum voldoen.”
3.3.
Met gebruikmaking van de bevoegdheid in artikel 9.2 van de ANVR-Reisvoorwaarden voor pakketreizen, zijn in de eveneens op de pakketreisovereenkomst toepasselijke FTI Reisvoorwaarden afwijkende bepalingen overeengekomen voor annuleringskosten. Daarin staat, voor zover van belang:

2.(…) intrekking in geval van betalingsachterstand

(…)
(3)In het geval van een late of onvolledige aanbetaling of eindbetaling behoudt FTI zich het recht voor om, na een herinnering met een termijn, het contract te ontbinden en schadevergoeding te verlangen in overeenstemming met de annuleringskosten vermeld in artikel 9 (2) in combinatie met de aan het einde van deze Algemene voorwaarden vermelde compensatiepercentages. Afzonderlijke, afwijkende compensatiepercentages zijn van toepassing, voor zover ze zijn gepubliceerd in de servicebeschrijving of aan u worden gecommuniceerd voor de boeking en worden vermeld in de reserveringsbevestiging / factuur.
(…)
9. Herroeping voor vertrek / compensatie
(1)U heeft het recht om op elk moment voor vertrek uit het contract te stappen.
(…)
(2)FTI maakt gebruik van de mogelijkheid om een forfaitaire schadevergoeding in te stellen, rekening houdend met de periode tussen de verklaring van herroeping en het begin van de reis, de verwachte besparingen in kosten van de touroperator FTI en de verwachte verwerving door het andere gebruik van de reisdienst. Behoudens andersluidende kennisgeving vooraf en anders vermeld in de boekingsbevestiging / factuur, zijn de forfaitaire bedragen onderworpen aan de termijnen en compensatiepercentages gepubliceerd aan het einde van deze reis- en betalingsvoorwaarden onder artikel 9 (2).
(3)In principe heeft u de mogelijkheid om te bewijzen dat FTI geen of een geringer bedrag aan schadevergoeding heeft opgelopen. In deze gevallen volgt de berekening van de schadevergoeding individueel.
(…)
tot artikel 9 (2):
Schadevergoedingsbedragen voor reisdiensten van FTI Touristik GmbH
De vergoedingspercentages voor pakketreizen, individuele toeristische diensten en andere individuele toeristische diensten bedoeld in artikel 9 (2) zijn als volgt bekendgemaakt.
(…)
B. Schadevergoedingsbedragen voor pakketreisdiensten
B.1. Alle pakketreisdiensten waarvoor de volgende paragrafen B.2. en B.3. niet van toepassing zijn:
tot de 30e dag voor de aanvang van de reis 25%
van de 29ste – 22ste dag voor de aanvang van de reis 30%
van de 21ste – 15de dag voor de aanvang van de reis 45%
van de 14de – 10de dag voor de aanvang van de reis 60%
van de 9de – 4de dag voor de aanvang van de reis 80%
van de 3de dag voor de aanvang van de reis tot het 85%
begin van de reis van de reissom
3.4.
Prijsvrij beroept zich in haar akte op artikel 7:509 BW Pro, waarin is geregeld dat een reiziger een pakketreisovereenkomst kan beëindigen en in die situatie kan worden verplicht een redelijke, gestandaardiseerde beëindigingsvergoeding te betalen. Omdat niet per individueel geval kan worden vastgesteld welke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, heeft Prijsvrij gekozen voor een staffel met gestandaardiseerde beëindigingsvergoedingen, die samenhangen met het moment waarop wordt geannuleerd. Dit is in de branche gebruikelijk en in overeenstemming met artikel 7:502 lid 1 sub g en Pro 509 lid 2 BW. Hoe dichter het tijdstip van annuleren komt bij het moment waarop de pakketreis zou beginnen, hoe minder kosten door het annuleren kunnen worden bespaard en hoe kleiner de kans dat de reis nog aan een ander kan worden verkocht, aldus Prijsvrij.
3.5.
Het hof overweegt als volgt. Een annuleringsbeding is oneerlijk indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 Richtlijn Pro 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: Richtlijn 93/13)). Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een contractueel beding moet worden uitgegaan van het moment waarop de betrokken overeenkomst is gesloten, rekening houdend met alle omstandigheden waarvan de wederpartij van de consument op dat moment kennis kon hebben en die gevolgen konden hebben voor de latere uitvoering van die overeenkomst. Daarbij moet worden nagegaan wat het cumulatieve effect is van alle bedingen van de betrokken overeenkomst, ongeacht of de schuldeiser daadwerkelijk de volledige nakoming ervan nastreeft. Om te bepalen of een beding een “aanzienlijke verstoring van het evenwicht” tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen veroorzaakt, moet met name rekening worden gehouden met de toepasselijke regels van het nationale recht wanneer partijen op dit punt geen regeling hebben getroffen. Met betrekking tot de vraag in welke omstandigheden een aanzienlijke verstoring van het evenwicht “in strijd met de goede trouw” wordt veroorzaakt, dient de nationale rechter na te gaan of de verkoper redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat de consument een dergelijk beding zou aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld.
(Vgl. HR 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820, rov. 3.1.2.)
De in de annuleringsbedingen gehanteerde percentages
3.6.
Prijsvrij baseert haar vordering in hoger beroep op toepassing van de FTI Reisvoorwaarden. Zij vordert 85% van de reissom wegens het niet aanwezig zijn van [geïntimeerde] op de dag van vertrek. In eerste aanleg vorderde zij 100% van de reissom op grond van artikel 9.2 van de ANVR-Reisvoorwaarden.
3.7.
In de boekingsbevestiging van 20 september 2021 is vermeld: “
Het restantbedrag dient uiterlijk 07 maart 2022 op de rekening van Prijsvrij.nl te staan.”, alsmede dat [geïntimeerde] bij boeking met de ANVR Boekingsvoorwaarden (het hof begrijpt: ANVR Reizigersvoorwaarden) en de FTI Reisvoorwaarden akkoord is gegaan. Prijsvrij gaat er blijkens haar stellingen van uit dat [geïntimeerde] de reis heeft geannuleerd op de vertrekdag door toen niet te verschijnen. Op grond van de staffel in artikel 9, onder (2), van de FTI Reisvoorwaarden is [geïntimeerde] dan 85% van de reissom verschuldigd. Ingevolge artikel 4 lid 1 Richtlijn Pro 93/13 dienen in het kader van de toetsing van de oneerlijkheid van dit beding andere bedingen van de overeenkomst in aanmerking te worden genomen. Tot die andere bedingen behoren de bedingen in de ANVR-Reisvoorwaarden. Ingevolge artikel 10 leden Pro 1 en 2 van de ANVR-Reisvoorwaarden is de boeker van rechtswege in verzuim na niet-betaling op de betaaldatum en wordt de overeenkomst veertien dagen na de aanmaning geacht te zijn geannuleerd indien betaling dan nog steeds niet is verricht. Dit brengt mee dat het beding dat [geïntimeerde] 85% van de reissom is verschuldigd in geval van het niet aanwezig zijn op de vertrekdag oneerlijk is. Artikel 10 lid 2 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden gaat immers uit van annulering door de boeker in geval van uitblijvende betaling na aanmaning door Prijsvrij met een (laatste) betalingstermijn van veertien dagen nadat hij in verzuim is geraakt. Van fictieve annulering door de boeker op de vertrekdag door niet te verschijnen kan ingevolge artikel 10 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden dan ook geen sprake meer zijn. [geïntimeerde] heeft de reis van 18 april 2022 tot en met 24 april 2022 op 20 september 2021 geboekt, de betaling van de reissom diende blijkens de bevestiging van de boeking uiterlijk op 7 maart 2022 te geschieden en [geïntimeerde] is op 8 en 28 maart 2022 aangemaand door Prijsvrij. [geïntimeerde] is ondanks deze aanmaningen niet overgegaan tot betaling. Ingevolge artikel 10 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden was [geïntimeerde] op 8 maart 2022 in verzuim en werd de overeenkomst geacht te zijn geannuleerd op 22 maart 2022, namelijk op de veertiende dag na de aanmaning van 8 maart 2022. Uitgaande van annulering op 22 maart 2022 zou [geïntimeerde] 30% van de reissom zijn verschuldigd. Dit is namelijk het percentage van de staffel in de FTI Reisvoorwaarden bij annulering tussen de 29ste en de 22ste dag voor vertrek.
3.8.
In het geval van [geïntimeerde] is het beding in de FTI Reisvoorwaarden dat zij 85% van de reissom is verschuldigd (door veronderstelde annulering van de reis) door niet aanwezig te zijn op de dag van vertrek oneerlijk. Gelet op artikel 7:509 leden Pro 1 en 2 BW inhoudende dat de reiziger de pakketreisovereenkomst te allen tijde kan beëindigen vóór het begin van de pakketreis waarna hij een (gestandaardiseerde) beëindigingsvergoeding is verschuldigd en artikel 10 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden houdende veronderstelde annulering bij niet-betaling na de (laatste) aanmaning na verzuim, kan [geïntimeerde] immers met dit beding in artikel 9, onder (2), in combinatie met de staffel onder B.1 van de FTI Reisvoorwaarden een onevenredig hoge schadevergoeding (zie punt 1 onder e in de bijlage van de Richtlijn 93/13) door Prijsvrij worden opgelegd (vgl. HvJEU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68, punt 60). Prijsvrij meent kennelijk dat de ANVR-Reisvoorwaarden niet (volledig) gelden in het geval dat zij zich beroept op de FTI Reisvoorwaarden. Maar het kan uiteraard niet zo zijn dat Prijsvrij meerdere sets algemene voorwaarden van toepassing verklaart en daaruit naar eigen goeddunken kan kiezen om zodoende onder de werking van Richtlijn 93/13 uit te komen. Indien over de werking van artikel 9, onder (2), van de FTI Reisvoorwaarden afzonderlijk door Prijsvrij met [geïntimeerde] was onderhandeld, kon Prijsvrij er redelijkerwijs niet van uitgaan dat [geïntimeerde] dit beding zou aanvaarden. Het hof vernietigt op grond van het voorgaande het beding in artikel 9, onder (2), in combinatie met de staffel onder B.1 van de FTI Reisvoorwaarden, op grond waarvan [geïntimeerde] 85% verschuldigd is bij annulering op de vertrekdag door niet te verschijnen.
3.9.
Bovendien stelt het hof vast dat artikel 9, onder (2), in combinatie met de staffel onder B.1 van de FTI Reisvoorwaarden, voor zover dit de verschuldigdheid van 85% van de reissom betreft bij niet aanwezig zijn op de vertrekdag, ook vernietigbaar is op grond van artikel 7:513d lid 1 jo. 3:40 lid 2 BW. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
3.10.
In artikel 7:509 lid 1 en Pro lid 2 eerste zin BW, waarvan ingevolge artikel 7:513d lid 1 BW niet ten nadele van de reiziger kan worden afgeweken, is het volgende bepaald:
1.
1. De reiziger kan de pakketreisovereenkomst te allen tijde beëindigen vóór het begin van de pakketreis. De reiziger kan bij beëindiging van de pakketreisovereenkomst worden verplicht tot betaling van een passende en gerechtvaardigde beëindigingsvergoeding aan de organisator.
2.
2. In de pakketreisovereenkomst kunnen redelijke gestandaardiseerde beëindigingsvergoedingen worden bepaald op basis van het tijdstip van de beëindiging vóór het begin van de pakketreis en de verwachte kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten. (…)
3.11.
Deze bepalingen stemmen overeen met artikel 12 van Pro de richtlijn (EU) 2015/2302 van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen (hierna: Richtlijn 15/2302). In punt 31 van de considerans van de Richtlijn 15/2302 is overwogen, voor zover van belang:
Reizigers dienen ook in staat te zijn de pakketreisovereenkomst vóór het begin van de pakketreis te allen tijde te beëindigen tegen betaling van een passende en gerechtvaardigde beëindigingsvergoeding, rekening houdend met te verwachten kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten.
Richtlijnconforme interpretatie van artikel 7:509 lid 2 eerste Pro zin BW brengt mee dat de redelijke gestandaardiseerde beëindigingsvergoeding passend en gerechtvaardigd moet zijn, waarbij rekening moet worden gehouden met te verwachten kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten.
3.12.
Prijsvrij heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat het onderhavige beding in artikel 9, onder (2), van de FTI Reisvoorwaarden hieraan voldoet. Anders dan in artikel 9, onder (3), van de FTI Reisvoorwaarden is bepaald, ligt het niet op de weg van de klant aan te tonen dat uit de geannuleerde reis lagere kosten zijn voortgevloeid dan waarvan dat beding uitgaat. Het ligt op de weg van Prijsvrij om met cijfers te onderbouwen dat de te verwachten kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de geannuleerde reis 15% van de reissom zijn. Hoewel zij de enige is die over de financiële gegevens beschikt om deze onderbouwing te geven, heeft zij dit niet gedaan. Zij heeft alleen gesteld dat de annuleringsbedingen redelijk zijn. Het percentage van de reissom dat de consument moet betalen wordt hoger naarmate het tijdstip van annuleren dichter bij het beoogde moment van het begin van de pakketreis komt, omdat volgens haar dan minder kosten door het annuleren kunnen worden bespaard en de kans dat de reis nog aan een ander kan worden verkocht kleiner wordt. Nu deze stelling niet feitelijk (met cijfers) is onderbouwd, wordt die gepasseerd. Bovendien heeft Prijsvrij niets aangevoerd waaruit volgt dat de gevorderde beëindigingsvergoeding van 85% van de reissom passend en gerechtvaardigd is. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat [geïntimeerde] − zoals hiervoor overwogen – de reis van 18 april 2022 tot en met 24 april 2022 op 20 september 2021 heeft geboekt, de betaling van de reissom blijkens de bevestiging van de boeking uiterlijk op 7 maart 2022 diende te geschieden en [geïntimeerde] op 8 en 28 maart 2022 is aangemaand door Prijsvrij. [geïntimeerde] is ondanks deze aanmaningen niet overgegaan tot betaling, waardoor de overeenkomst moet worden geacht te zijn geannuleerd op 22 maart 2022 ingevolge artikel 10 lid 2 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden. Uitgaande van annulering op 22 maart 2022 zou [geïntimeerde] 30% van de reissom zijn verschuldigd. Het door Prijsvrij aangedragen argument dat de door Prijsvrij gehanteerde staffels in veel gevallen gunstiger zijn dan de staffels die zijn vastgesteld door of in samenspraak met de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR), de Sociaal-Economische Raad (SER) en de Consumentenbond, doet aan het voorgaande niet af.
3.13.
Het hof concludeert uit het voorgaande als volgt. De gevorderde reissom is gebaseerd op een beding dat vernietigd is en is daarom niet voor toewijzing vatbaar. De gevorderde verzekeringskosten zullen wel worden toegewezen, gelet op grief 2. Er zijn geen ambtshalve te toetsen gronden aanwezig die tot afwijzing van deze post kunnen leiden. De gevorderde verzekeringspremie (min de betaling van € 0,01) van € 140,97, de hierbij horende buitengerechtelijke incassokosten van € 21,15 en rente zullen worden toegewezen. Aparte bespreking van de grieven is verder niet nodig. Prijsvrij heeft geen stellingen te bewijzen aangeboden, die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden.
3.14.
Prijsvrij zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

4.Beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt het bestreden vonnis, voor zover daarbij de gevorderde verzekeringskosten, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten, zijn afgewezen,
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
4.2.
veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Prijsvrij van € 162,11, vermeerderd met de wettelijke rente over € 140,96 vanaf 18 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening;
4.3.
bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
4.4.
veroordeelt Prijsvrij in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op nihil;
4.5.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst af het meer of anders in hoger beroep gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.C. Bosch, J.W.M. Tromp en F.J. van de Poel en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.