Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
3.De verdere beoordeling
Bij annulering tot de 42e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: de aanbetaling maar niet meer dan 35%;
Bij annulering vanaf de 42e kalenderdag (inclusief) tot de 28e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 35% van de reissom;
Bij annulering vanaf de 28e kalenderdag (inclusief) tot de 21e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 40% van de reissom;
Bij annulering vanaf de 21e kalenderdag (inclusief) tot de 14e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 50% van de reissom;
Bij annulering vanaf de 14e kalenderdag (inclusief) tot de 5e kalenderdag (exclusief) vóór de vertrekdag: 75% van de reissom;
Bij annulering vanaf de 5e kalenderdag (inclusief) tot de vertrekdag: 90% van de reissom;
Bij annulering op de vertrekdag of later: de volledige reissom.
2.(…) intrekking in geval van betalingsachterstand
Het restantbedrag dient uiterlijk 07 maart 2022 op de rekening van Prijsvrij.nl te staan.”, alsmede dat [geïntimeerde] bij boeking met de ANVR Boekingsvoorwaarden (het hof begrijpt: ANVR Reizigersvoorwaarden) en de FTI Reisvoorwaarden akkoord is gegaan. Prijsvrij gaat er blijkens haar stellingen van uit dat [geïntimeerde] de reis heeft geannuleerd op de vertrekdag door toen niet te verschijnen. Op grond van de staffel in artikel 9, onder (2), van de FTI Reisvoorwaarden is [geïntimeerde] dan 85% van de reissom verschuldigd. Ingevolge artikel 4 lid 1 Richtlijn Pro 93/13 dienen in het kader van de toetsing van de oneerlijkheid van dit beding andere bedingen van de overeenkomst in aanmerking te worden genomen. Tot die andere bedingen behoren de bedingen in de ANVR-Reisvoorwaarden. Ingevolge artikel 10 leden Pro 1 en 2 van de ANVR-Reisvoorwaarden is de boeker van rechtswege in verzuim na niet-betaling op de betaaldatum en wordt de overeenkomst veertien dagen na de aanmaning geacht te zijn geannuleerd indien betaling dan nog steeds niet is verricht. Dit brengt mee dat het beding dat [geïntimeerde] 85% van de reissom is verschuldigd in geval van het niet aanwezig zijn op de vertrekdag oneerlijk is. Artikel 10 lid 2 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden gaat immers uit van annulering door de boeker in geval van uitblijvende betaling na aanmaning door Prijsvrij met een (laatste) betalingstermijn van veertien dagen nadat hij in verzuim is geraakt. Van fictieve annulering door de boeker op de vertrekdag door niet te verschijnen kan ingevolge artikel 10 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden dan ook geen sprake meer zijn. [geïntimeerde] heeft de reis van 18 april 2022 tot en met 24 april 2022 op 20 september 2021 geboekt, de betaling van de reissom diende blijkens de bevestiging van de boeking uiterlijk op 7 maart 2022 te geschieden en [geïntimeerde] is op 8 en 28 maart 2022 aangemaand door Prijsvrij. [geïntimeerde] is ondanks deze aanmaningen niet overgegaan tot betaling. Ingevolge artikel 10 van Pro de ANVR-Reisvoorwaarden was [geïntimeerde] op 8 maart 2022 in verzuim en werd de overeenkomst geacht te zijn geannuleerd op 22 maart 2022, namelijk op de veertiende dag na de aanmaning van 8 maart 2022. Uitgaande van annulering op 22 maart 2022 zou [geïntimeerde] 30% van de reissom zijn verschuldigd. Dit is namelijk het percentage van de staffel in de FTI Reisvoorwaarden bij annulering tussen de 29ste en de 22ste dag voor vertrek.
1. De reiziger kan de pakketreisovereenkomst te allen tijde beëindigen vóór het begin van de pakketreis. De reiziger kan bij beëindiging van de pakketreisovereenkomst worden verplicht tot betaling van een passende en gerechtvaardigde beëindigingsvergoeding aan de organisator.
2. In de pakketreisovereenkomst kunnen redelijke gestandaardiseerde beëindigingsvergoedingen worden bepaald op basis van het tijdstip van de beëindiging vóór het begin van de pakketreis en de verwachte kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten. (…)
Reizigers dienen ook in staat te zijn de pakketreisovereenkomst vóór het begin van de pakketreis te allen tijde te beëindigen tegen betaling van een passende en gerechtvaardigde beëindigingsvergoeding, rekening houdend met te verwachten kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten.