Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De procedure
- als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
- medeplegen van poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;
- diefstal door twee of meer verenigde personen;
- medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd
- medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord.
- verzoeker, bijgestaan door zijn raadslieden;
- Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door de advocaat-generaal.
- de aktes instellen hoger beroep door verzoeker en het Openbaar Ministerie;
- de schrifturen van de verdediging en het Openbaar Ministerie
- het vonnis, zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl (ECLI:NL:RBAMS:2024:1406)
- de processen-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting 4 oktober 2024, 23 oktober 2024, 20, 27 en 29 januari 2025, 8 april 2025, 14 juli 2025, 2 oktober 2025 en 18 december 2025;
- de door de verdediging ter terechtzitting van 11 februari 2026 overgelegde stukken, zijnde een brief van de DJI met als onderwerp: ‘Beslissing op verzoek ex artikel 40a, zesde lid, van de Penitentiaire beginselenwet’ en de pleitnota
- de ingediende onderzoekswensen van de verdediging, inclusief de bijlagen: “ [verzoeker 1] . bevindingen (optimized)” en “bijlage 1 Decision_CC_160925_JDT”;
- het standpunt van het Openbaar Ministerie en de daarbij toegezonden bijlage genaamd: “Vertaling Franse beslissing 16 september 2025”;
- een e-mailbericht van mr. De Haan van 23 januari 2026 met als titel “Ontbrekende stukken Pulheim [verzoeker 1] (23/000731-24)” met als bijlagen: ‘schermafbeelding [nummer 1] ’ en ‘ [verzoeker 1] .ontbrekende stukken’ en de reactie daarop van de advocaten-generaal inclusief een bijlage genaamd ‘toelichting – toevoeging Pleitnota’
- een e-mailbericht van mr. De Haan van 6 februari 2026 inhoudende het verzoek voor een groot scherm voor de aankomende zitting om de bevindingen met betrekking tot de metadata en de chatberichten met betrekking tot [nummer 2]
- en [nummer 3] visueel te maken;
- een e-mailwisseling tussen het Openbaar Ministerie, de raadslieden en het hof van 10 en 11 februari 2026 met als onderwerp: “Geen inzet burgerinfiltrant/ kroongetuige in Buizerd/Pulheim ”
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 11 en 24 februari 2026;
- het verzoek tot wraking van 25 februari 2026;
- de schriftelijke reactie van de raadsheren van 9 maart 2026;
- het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie van 11 maart 2026;
- de tijdens de wrakingskamer (per e-mail) toegezonden pleitnota van de raadslieden.
2.Het wrakingsverzoek en de standpunten daarover
van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak)ondanks het feit dat mr. Roozemond geen toegang heeft tot verzoeker.
allemetadata en ontsleutelde berichten van telefoons van verdachte en CSV-leden aan het dossier toe te voegen. De beslissing van de raadsheren is, in het licht van het ontbreken van een voldoende duidelijke specificatie van accounts en periodes, niet onbegrijpelijk;
- ten aanzien van de gronden I, II en III: dat de onderzoekswensen zijn getoetst aan het noodzaakcriterium en de raadsheren, gelet hetgeen ten grondslag is gelegd aan de motivering van die verzoeken, de afwijzing daarvan voldoende hebben gemotiveerd en binnen de grenzen zijn gebleven die de zittingsrechter heeft bij het beoordelen van verzoeken;
- ten aanzien van grond IV: dat het stellen van een termijn niet kan leiden tot de conclusie van een schijn van partijdigheid, waarbij wordt opgemerkt dat een tijdvak van deze orde ter zitting van 11 februari 2025 met de verdediging is besproken;
- ten aanzien van grond V: dat de beslissing volgt uit het wettelijke systeem ten aanzien van de voorlopige hechtenis;
- ten aanzien van grond VI: dat de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de inhoudelijke behandeling van de zaak zo is gemotiveerd dat de raadsheren op 24 februari 2026 geen aanleiding hebben gezien (“