ECLI:NL:GHAMS:2026:782
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie met terugwerkende kracht en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2019 gehuwd en gescheiden bij beschikking van 22 mei 2025. De man is in hoger beroep gekomen tegen de vastgestelde kinderalimentatie van €50 per kind per maand met ingang van 22 mei 2025 en verzoekt een lagere alimentatie met terugwerkende kracht vanaf 19 maart 2024. De vrouw heeft haar verzoek tot partneralimentatie ingetrokken, maar de man wil dat partneralimentatie met terugwerkende kracht op nihil wordt gesteld.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Het hoger beroep tegen de beschikking voorlopige voorzieningen is niet ontvankelijk, maar het hof ontvangt de man in zijn beroep tegen de bestreden beschikking. De partneralimentatie wordt niet met terugwerkende kracht gewijzigd omdat het verzoek is ingetrokken en de wet een eerdere ingangsdatum dan de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking niet toestaat.
De man heeft voldoende onderbouwd dat hij vanaf 19 maart 2024 onvoldoende draagkracht had om meer dan €25 per kind per maand te betalen. Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze de kinderalimentatie betreft en bepaalt de kinderalimentatie op €25 per kind per maand met ingang van 19 maart 2024, zonder terugbetalingsverplichting voor de vrouw. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met terugwerkende kracht vanaf 19 maart 2024 vastgesteld op €25 per kind per maand, partneralimentatie met terugwerkende kracht wordt afgewezen.