In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, namelijk poging diefstal met geweld. Het hof baseert dit op camerabeelden en verklaringen waaruit blijkt dat de verdachte en medeverdachte zich rustig gedroegen en de tas en fiets direct aan het slachtoffer teruggaven, wat niet past bij een diefstal met geweld.
Het hof acht echter bewezen dat de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de tas van het slachtoffer heeft vernield door het hengsel af te breken tijdens een confrontatie waarbij de verdachte de fiets van het slachtoffer blokkeerde. Deze vernieling leidde tot een angstige situatie voor het slachtoffer.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 dagen, gelijk aan de duur van een taakstraf die vanwege de uitvoerbaarheid niet passend werd geacht gezien de status van de verdachte als asielzoeker zonder vaste verblijfplaats en taalvaardigheid.
Het hof heeft de straf bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de impact op het slachtoffer. De verdachte krijgt de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering op de straf.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 maart 2026.