ECLI:NL:GHAMS:2026:446

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
200.351.875
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:76 BWArt. 21 algemene voorwaarden RegiodienstArt. 11 algemene voorwaarden RegiodienstArt. 13 algemene voorwaarden Regiodienst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis over tekortkoming arbeidsbemiddeling en verrekening schade

Regiodienst Personeelsdiensten B.V. vordert betaling van facturen voor arbeidskrachten die zij aan geïntimeerde ter beschikking stelde. Geïntimeerde stelt dat de arbeidskrachten niet voldeden aan de overeengekomen eisen, waardoor schade is ontstaan die hij mag verrekenen met de facturen.

De kantonrechter oordeelde dat Regiodienst tekortgeschoten is in haar inspanningsverplichting en aansprakelijk is voor de schade. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de grieven van Regiodienst af. Het hof stelt vast dat de gebrekkige uitvoering van werkzaamheden door de monteurs niet past bij de overeengekomen kwalificaties en dat Regiodienst niet tot herstel is overgegaan.

Het hof verwerpt de stellingen van Regiodienst over verzuim van geïntimeerde en vrijwaringen in de algemene voorwaarden. De schade is voldoende onderbouwd en mag worden verrekend met de openstaande facturen. Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Regiodienst aansprakelijk stelt en stelt geïntimeerde in staat de schade te verrekenen met de facturen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.351.875/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : 10972077 \ CV EXPL 24-520
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
REGIODIENST PERSONEELSDIENSTEN B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
appellante,
advocaat: mr. W.H.J. Luijer,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [plaats] ,
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna Regiodienst en [geïntimeerde] worden genoemd.

1.De zaak in het kort

In deze zaak vordert Regiodienst betaling van facturen voor de inzet van aan [geïntimeerde] ter beschikking gestelde arbeidskrachten. Net als de kantonrechter oordeelt het hof dat [geïntimeerde] de facturen mag verrekenen met door hem geleden schade. Deze schade is naar het oordeel van het hof veroorzaakt doordat de aangeboden arbeidskrachten niet voldeden aan de met [geïntimeerde] overeengekomen vereisten om de werkzaamheden naar behoren uit te kunnen voeren. Het hof bekrachtigt daarom het bestreden vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Regiodienst is bij dagvaarding van 2 december 2024, met herstelexploot van 6 februari 2025, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de kantonrechter) van 5 september 2024, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen Regiodienst als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Onder aanvoering van zeven grieven (er is doorgenummerd tot en met grief 9, maar grieven 3 en 6 ontbreken) heeft Regiodienst geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en het alsnog toewijzen van haar vorderingen. Tegen [geïntimeerde] is verstek verleend. Regiodienst heeft vervolgens gefourneerd en arrest gevraagd. Het hof doet recht op de stukken van het hoger beroep en van de eerste aanleg (vgl. HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:867).

3.Feiten

3.1.
De kantonrechter heeft in rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.4 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof uitgaat van deze – hierna weergegeven – feiten, met een enkele aanvulling ten behoeve van het hoger beroep.
3.2.
Regiodienst is een arbeidsbemiddelaar. Tussen [geïntimeerde] en Regiodienst zijn diverse overeenkomsten gesloten op basis waarvan Regiodienst flexwerkers en zzp’ers (hierna: de arbeidskrachten of de monteurs) bij [geïntimeerde] heeft geplaatst voor het leggen en aansluiten van zonnepanelen.
3.3.
Op de tussen Regiodienst en [geïntimeerde] gesloten overeenkomsten zijn algemene voorwaarden van toepassing. In deze algemene voorwaarden is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
Artikel 11 Goede Pro uitoefening van leiding en toezicht
1.
De opdrachtgever zal zich ten aanzien van de uitzendkracht bij de uitoefening van leiding en toezicht, alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk, gedragen op dezelfde zorgvuldige wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.
Artikel 13 Aansprakelijkheid Pro opdrachtgever
(…)
2.
Opdrachtgever neemt alle aansprakelijkheid op zich en vrijwaart daarmee Regiodienst voor elke schade die de werknemer lijdt bij de uitoefening van de werkzaamheden.
3. Opdrachtgever vrijwaart Regiodienst voor elke schade veroorzaakt door de werknemer aan opdrachtgever dan wel aan derden dan wel aan hunner zaken.
Art. 21 Inspanningsverplichting en aansprakelijkheid uitzendonderneming
1.
Regiodienst is gehouden zich in te spannen om de opdracht naar behoren uit te voeren. Indien en voor zover Regiodienst deze verplichting niet nakomt, is Regiodienst gehouden tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade van de opdrachtgever, mits de opdrachtgever zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na het ontstaan of bekend worden van die schade, een schriftelijke klacht indient bij Regiodienst en daarbij aantoont dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Regiodienst.
3.4.
Regiodienst heeft uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomsten in oktober en november 2023 facturen toegezonden aan [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft deze facturen onbetaald gelaten.
3.5.
Op 15 januari 2024 heeft [geïntimeerde] Regiodienst een brief gestuurd waarin hij aangeeft dat de arbeidskrachten de werkzaamheden niet goed hebben uitgevoerd, waardoor de zonnepanelen gedemonteerd en opnieuw gemonteerd moeten worden. [geïntimeerde] stelt Regiodienst middels de brief in de gelegenheid de werkzaamheden te herstellen bij gebreke waarvan hij Regiodienst aansprakelijk stelt voor de door hem geleden schade. Regiodienst is niet tot herstel overgegaan.

4.Eerste aanleg

4.1.
Regiodienst heeft in eerste aanleg gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van € 17.839,68 (hoofdsom € 15.839,68, met rente en buitengerechtelijke kosten). [geïntimeerde] heeft zich op verrekening beroepen met – onder meer – een tegenvordering wegens door hem geleden schade van € 14.842,80.
4.2
De kantonrechter heeft geoordeeld dat Regiodienst aansprakelijk is voor de schade van [geïntimeerde] op grond van artikel 6:76 BW Pro in verbinding met artikel 21 van Pro de algemene voorwaarden van Regiodienst en heeft het beroep op verrekening met de tegenvordering gehonoreerd. [geïntimeerde] is veroordeeld tot betaling aan Regiodienst van in totaal € 1.146,41 (hoofdsom en buitengerechtelijke kosten), met wettelijke rente over de hoofdsom.

5.Beoordeling

5.1.
In dit hoger beroep staat de vraag centraal of [geïntimeerde] , ter afwering van de vordering van Regiodienst, een beroep toekomt op verrekening met de door hem gestelde tegenvordering. Regiodienst bestrijdt de juridische en de feitelijke grondslag daarvan. Het hof zal de grieven (bezwaren) hierna zoveel mogelijk samen bespreken.
5.2.
Uitgangspunt voor het hof is dat [geïntimeerde] voor het sluiten van de overeenkomst aan Regiodienst heeft aangegeven dat hij ervaren monteurs van zonnepanelen wilde die zelfstandig kunnen werken en conform de richtlijnen van [bedrijf] , en dat van Regiodienst vervolgens verwacht had mogen worden dat zij arbeidskrachten aanbood die aan deze vereisten voldeden. Tegen deze overwegingen van de kantonrechter is niet gegriefd. Dit betekent dat Regiodienst op grond van de overeenkomst met [geïntimeerde] gehouden was om ervaren, zelfstandig werkende monteurs aan te bieden die volgens de richtlijnen van [bedrijf] hun werk deden. [geïntimeerde] heeft ook aangegeven dat dit laatste moest gebeuren omdat ‘voor de oplevering en bijna aan het eind’ aan de hand van deze richtlijnen werd gecontroleerd door zijn opdrachtgever. Het hof verwerpt tegen deze achtergrond de stelling van Regiodienst dat [geïntimeerde] tijdens de ‘meeloopdag’ zelf de kwaliteit van de monteurs heeft kunnen controleren, en deze akkoord heeft bevonden. [geïntimeerde] mocht er immers vanuit gaan dat Regiodienst arbeidskrachten had geselecteerd die volgens de richtlijnen konden werken en in staat waren om zelfstandig aan de slag te gaan. Daarbij is niet gesteld dat de fase van oplevering (en controle) van het werk zou zijn bereikt tijdens de ‘meeloopdag’, en dat ligt ook niet zonder meer voor de hand.
5.3
Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat uit de foto’s en whatsapp-berichten van de opdrachtgever van [geïntimeerde] blijkt dat de monteurs gebrekkig werk hebben geleverd. Zo zijn de ballasttegels niet conform het ballastplan gelegd (waardoor vervormingen van de ballastbakken zijn opgetreden) en liggen kabels los op de daken. In hoger beroep heeft Regiodienst gesteld dat zij niet weet waar de arbeidskrachten zijn ingezet, maar dat vormt geen voldoende betwisting van de stelling van [geïntimeerde] dat zij op de betreffende projecten hebben gewerkt. Het hof is van oordeel dat dergelijk gebrekkig werk (in meerdere projecten) niet past bij ervaren, zelfstandige monteurs die volgens de richtlijnen van [bedrijf] werken. Dat ligt dan niet aan een gebrek aan leiding en toezicht van [geïntimeerde] . Dat het werk door de opdrachtgever van [geïntimeerde] is afgekeurd is duidelijk. De zonnepanelen moesten worden gedemonteerd en opnieuw gemonteerd. Regiodienst betwist dat [geïntimeerde] zijn schade heeft aangetoond, maar het hof is met de kantonrechter van oordeel dat [geïntimeerde] voldoende heeft onderbouwd dat hij zijn facturen voor de projecten waarop de arbeidskrachten van Regiodienst hebben gewerkt heeft moeten crediteren en dus niets betaald heeft gekregen voor die projecten. De adressen waar de foto’s van het gebrekkige werk zijn genomen komen overeen met die op de facturen. De opdrachtgever heeft [geïntimeerde] in de whatsapp ook gevraagd om een creditfactuur voor de betaalde facturen. Het totaalbedrag van die facturen van € 14.842,80 is als zodanig niet door Regiodienst bestreden. Regiodienst oppert nog dat [geïntimeerde] wellicht geen schade heeft geleden omdat hij zich kan hebben verzekerd, maar bij gebrek aan uitwerking of onderbouwing gaat het hof aan deze losse opmerking voorbij.
5.4
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Regiodienst is tekortgeschoten in de nakoming van haar inspanningsverplichting om arbeidskrachten aan te bieden die aan de met [geïntimeerde] overeengekomen vereisten voldoen, en aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade. Weliswaar voert Regiodienst terecht aan dat de monteurs niet kwalificeren als haar hulppersonen in de zin van artikel 6:76 BW Pro (grief 2 slaagt in zoverre). De verbintenis die volgens [geïntimeerde] niet is nagekomen en voor de gevolgen waarvan hij Regiodienst aansprakelijk houdt, betreft immers het aanbieden van arbeidskrachten, en daar werd de hulp van de monteurs niet bij gebruikt (vgl. HR 14 juni 2002, ECLI:HR:2002:AE0657). Dit doet echter niet af aan de aansprakelijkheid van Regiodienst voor haar eigen tekortkoming (vgl. artikel 6:74 BW Pro en artikel 21 algemene Pro voorwaarden Regiodienst).
5.5
Regiodienst beroept zich op de vrijwaring van artikel 13 lid 3 van Pro haar algemene voorwaarden. Het hof is van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is in dit geval, omdat de schade bij [geïntimeerde] is veroorzaakt door Regiodienst. Die had immers de juiste arbeidskrachten moeten selecteren. Dat Regiodienst niet in verzuim is geraakt volgt het hof evenmin. Regiodienst was al tekortgeschoten in het aanbieden van arbeidskrachten volgens de met [geïntimeerde] overeengekomen eisen, zodat het reeds blijvend onmogelijk was om deugdelijk na te komen (vgl. artikel 6:74 lid 2 BW Pro). Zelfs als dit anders zou zijn, heeft [geïntimeerde] Regiodienst naar het oordeel van het hof voldoende duidelijk in gebreke gesteld met de brief van 15 januari 2024. Dat [geïntimeerde] daarbij de voorwaarden van artikel 21 van Pro de algemene voorwaarden van Regiodienst in acht heeft genomen is niet bestreden. Regiodienst is door [geïntimeerde] ook in de gelegenheid gesteld om tot herstel over te gaan, wat in dit geval zou neerkomen op het alsnog aanleveren van de juiste arbeidskrachten om het werk deugdelijk uit te voeren. Volgens Regiodienst kon dit niet van haar verlangd worden omdat zij zich beperkt tot arbeidsbemiddeling, maar het hof ziet dat anders, omdat het in dit geval neerkomt op het alsnog nakomen van de verplichting van Regiodienst om arbeidskrachten aan te bieden die aan de met [geïntimeerde] overeengekomen vereisten voldoen. Regiodienst heeft dat niet gedaan. Voor zover Regiodienst zich in hoger beroep ook nog beroept op artikel 13 lid 2 van Pro haar algemene voorwaarden, faalt dit omdat het hof met de kantonrechter van oordeel is dat deze bepaling gaat over schade die een arbeidskracht lijdt, wat hier niet aan de orde is.
5.6
Het hof volgt ook niet de beroep van Regiodienst op artikel 11 lid 1 van Pro haar algemene voorwaarden. [geïntimeerde] heeft inderdaad gezegd dat hij geen toezicht kon (blijven) houden op de werkzaamheden van de monteurs, maar juist daarom vroeg hij Regiodienst om arbeidskrachten met de juiste kwalificaties en ervaring in het leggen en installeren van zonnepanelen. Het moest gaan om monteurs die zelfstandig konden werken. Als Regiodienst had geselecteerd conform de overeengekomen vereisten, waren toezicht en leiding van [geïntimeerde] naar het oordeel van het hof niet nodig geweest, althans niet in de mate (na de ‘meeloopdag’) die Regiodienst nu aan [geïntimeerde] wil tegenwerpen. Van verzuim van [geïntimeerde] – zo dat al kon intreden, nu Regiodienst zelf in verzuim was – is dus ook geen sprake.
5.7
De slotsom luidt dat het hof met de kantonrechter oordeelt dat [geïntimeerde] zijn schade mag verrekenen met de facturen van Regiodienst. Aan bewijslevering komt het hof niet toe, omdat er geen feiten en omstandigheden te bewijzen zijn aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing zouden leiden.
5.8.
Op grond van al het voorgaande faalt het hoger beroep. Grief 2 is weliswaar terecht voorgesteld, maar kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Regiodienst wordt in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Nu [geïntimeerde] niet is verschenen, zal het hof zijn proceskosten in hoger beroep begroten op nihil.

6.Beslissing

Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt Regiodienst in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, G.R. den Dekker en E.C. Oosterbaan, en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.