Uitspraak
mr. A.J. Ploegen
mr. C. Zwetsloot, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
mr. O.L.M. Heutsen
mr. M.A.G. Bosman, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. M.J. Elkhuizen, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. B.J.L. Baas, kantoorhoudende te Maarssen.
- verzoeksters sub 1 en 2 respectievelijk als [aandeelhouder A] en [aandeelhouder B] en gezamenlijk als [aandeelhouder A] c.s.;
- verweerster als ZLH;
- belanghebbenden sub 1 en 2 respectievelijk als [aandeelhouder C] en [aandeelhouder D] en gezamenlijk als [aandeelhouder C] c.s.;
- belanghebbende sub 3 als [aandeelhouder E] .
1.De zaak in het kort
[aandeelhouder A] c.s. en [aandeelhouder E] vinden dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van ZLH omdat [aandeelhouder C] c.s. zich niet collegiaal opstellen in het bestuur en zich laten leiden door hun persoonlijke (financiële) belangen. De Ondernemingskamer is het daar niet mee eens en wijst het verzoek af.
2.Het verloop van het geding
3.Feiten
Nieuwsflitsvan ZLH onder meer het volgende aan het personeel van ZLH bericht :
governancebinnen ZLH en een directiereglement op te stellen. Een concept van het directiereglement is besproken tijdens de bestuursvergadering van ZLH op 8 oktober 2024 en is ook daarna nog meermaals besproken door [aandeelhouder A] c.s. en [aandeelhouder C] c.s.
4.De gronden van de beslissing
governancebinnen ZLH omdat het bestuur voortaan uit een even aantal leden bestaat en niet alle aandeelhouders ook bestuurder zijn. [aandeelhouder C] c.s. en ZLH stellen zich op het standpunt dat [aandeelhouder C] c.s. niet gehouden kunnen worden mee te werken aan het aanpassen van de bestaande
governanceen het vanwege de lopende onderhandelingen over het vertrek van [aandeelhouder A] c.s. ook niet meer opportuun was verder te onderhandelen over het directiereglement. Het enkele feit dat door het vertrek van [aandeelhouder E] de verhoudingen binnen ZLH zijn veranderd, creëert naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen verplichting voor [aandeelhouder C] c.s. om bestaande afspraken in de
governancevan ZLH aan te passen. [aandeelhouder A] c.s. hebben ook niet duidelijk gemaakt op grond van welke omstandigheden of welke (juridische) grondslag [aandeelhouder C] c.s. daartoe wel gehouden zouden zijn.
Bruil). De vraag of een tegenstrijdig belang bestaat moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
performancevan de servers van ZLH laag was omdat [aandeelhouder D] een eigen netwerk zou hebben op de server van ZLH. Ter zitting heeft [aandeelhouder D] gemotiveerd weersproken dat sprake is van een afgescheiden persoonlijk netwerk, maar dat hij enkel gebruik maakt van de gezamenlijke IT-infrastructuur zoals de andere bestuurders dat ook doen. [aandeelhouder A] c.s. hebben hun vermoeden niet concreter gemaakt dan de enkele opmerking van de IT-dienstverlener. Onder die omstandigheden kan deze grond niet leiden tot twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van ZLH.