Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
international trade compliance(ITC). Zij geeft onder meer trainingen en advies aan bedrijven en overheden met betrekking tot (de implementatie van) wet- en regelgeving op het gebied van internationale handel.
Shareholders Agreement" van 15 oktober 2013 (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst). [naam 3] en [naam 1] vormden aanvankelijk gezamenlijk het bestuur van [geïntimeerde] met ieder zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid. [naam 3] was als
managing directoronder meer verantwoordelijk voor de financiële aangelegenheden en administratie van [geïntimeerde] . [naam 1] richtte zich met name op de acquisitie en de uitvoering van opdrachten van de vennootschap. [naam 2] richtte zich (naast zijn werkzaamheden voor zijn advocatenkantoor in de Verenigde Staten) onder andere op het juridisch adviseren van klanten van [geïntimeerde] .
Business") will be equally split among the Shareholders (…)"
10. FEE SHARING/DISTRIBUTION OF PROFITS
Profits"). The Profits shall be distributed as dividend to the Shareholders, with the following exceptions: (i) if and to the extent that the relevant financing arrangements do not allow for a distribution, (ii) if a distribution would in any way seriously harm the Business prospects or the financial stability of the Company. Any distribution of Profits shall in any year be limited to (a) fifty percent (50 %) of the Profits and (b) fifty percent (50 %) of the cash available to the Company."
Memorandum of understanding" gehecht. Daarin staat onder meer:
Fee-dividend sharing / cost sharing
material breach.
managing director. Nadat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] diverse aantijgingen jegens [naam 3] hadden geuit en een AVA was uitgeschreven voor 10 juli 2020 met als agendapunten de reactie van [naam 3] op die aantijgingen en haar ontslag, heeft [naam 3] bij brief van 9 juli 2020 de aandeelhouders bericht per direct terug te treden als bestuurder van [geïntimeerde] . [naam 3] is daarbij slechts beperkt ingegaan op de aan haar gemaakte verwijten, terwijl het volgens de OK, mede in het belang van de vennootschap, op haar weg had gelegen de bij haar medeaandeelhouders gerezen vragen te beantwoorden. Met het beëindigen van zowel haar bestuurderschap als haar positie van
managing directoris [naam 3] meer op afstand van de bedrijfsvoering komen te staan. Dat [naam 3] sindsdien niet langer actief is betrokken bij de bedrijfsvoering, achtte de OK tegen die achtergrond niet onredelijk zodat dit geen aanleiding vormde voor gegronde reden tot twijfel aan de juistheid van het beleid en gang van zaken. Verder heeft de OK geoordeeld dat [appellant] zich wel (deels) terecht heeft beklaagd over de wijze waarop [geïntimeerde] , [bedrijf 2] en [bedrijf 1] met haar aandeelhoudersrechten zijn omgegaan en heeft er op gewezen dat [appellant] als minderheidsaandeelhouder ruimhartig van informatie dient te worden voorzien over de gang van zaken binnen de vennootschap en onderneming.
4.De eerste aanleg
material breachals bedoeld in de aandeelhoudersovereenkomst door [appellant] . Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat als de deskundige concludeert dat geen sprake is van een
material breachdoor [appellant] , het in de rede ligt dat een deskundigenbericht zal worden gelast om de marktwaarde van de aandelen te bepalen. Dit deel van de procedure loopt nog bij de rechtbank.
5.De beoordeling
memorandum of understanding, (iii) de overwegingen van de aandeelhoudersovereenkomst, (iv) verklaringen van de aandeelhouders en (v) het feit dat [appellant] [naam 3] beschikbaar heeft gesteld om werkzaamheden te verrichten voor [geïntimeerde] . Het hof volgt [appellant] niet in dit betoog en licht dit als volgt toe.
fee sharing) als de winstverdeling (
distribution of profits) beoogt te regelen. Dit laatste wordt geregeld in lid 2, terwijl lid 1 gaat over de managementvergoeding. Lid 1 bepaalt dat een aandeelhouder recht heeft op een vergoeding (
fee) voor het verrichten van diensten: "
In consideration(…)
for providing the Business services (…)". Een logische en redelijke uitleg van deze bepaling brengt mee dat een aandeelhouder alleen dan een vergoeding krijgt als hij werkzaamheden heeft verricht. Dit spoort met het bepaalde in het
memorandum of understanding(zie 3.7), waarin eveneens een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds vergoedingen voor verrichtte werkzaamheden door de aandeelhouders en anderzijds de winst die zonder meer gelijkelijk tussen de aandeelhouders wordt verdeeld. [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die de opvatting ondersteunen dat partijen hebben bedoeld dat een aandeelhouder ook recht zou hebben op een vergoeding als hij geen werkzaamheden zou verrichten. Ook blijkt nergens uit dat partijen hebben bedoeld dat een periodieke vergoeding zou worden betaald voor het enkele beschikbaar houden van een persoon om werkzaamheden te verrichten. [appellant] heeft in dit verband weliswaar gewezen op de overwegingen van de aandeelhoudersovereenkomst (zie 3.5), maar daaruit volgt slechts dat de inkomsten gelijkelijk onder de aandeelhouders worden verdeeld. Dat sluit aan bij het tweede lid van artikel 10, waarin de winstverdeling wordt geregeld. Over een vergoeding voor werkzaamheden die door of namens een aandeelhouder worden verricht, staat niets in de overwegingen. Verder heeft [appellant] gewezen op uitlatingen van [geïntimeerde] in de enquêteprocedure dat alle aandeelhouders recht hebben op een gelijke periodieke vergoeding, maar [geïntimeerde] heeft onweersproken aangevoerd dat die uitlatingen zien op de periode waarin ( [naam 3] namens) [appellant] nog wél werkzaamheden heeft verricht voor [geïntimeerde] . Uit deze uitlating volgt dus nog niet dat de periodieke vergoeding voor alle aandeelhouders even hoog zou moeten zijn als daar geen werkzaamheden tegenover staan.
managing directormeer op afstand van de bedrijfsvoering komen te staan. Dat [naam 3] sindsdien niet langer actief is betrokken bij de bedrijfsvoering is tegen die achtergrond dan ook niet onredelijk en belet [geïntimeerde] derhalve niet om er een beroep op te doen dat [appellant] geen werkzaamheden heeft verricht en geen aanspraak heeft op een vergoeding. Om deze reden is evenmin sprake van schuldeisersverzuim aan de kant van [geïntimeerde] .
Het hof is bevoegd kennis te nemen van de vordering van [appellant]
De aandelen van [appellant] zijn volgestort
Het hof moet de waarde van de aandelen bepalen