BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A met parketnummer 15-109395-22 onder 1 primair en 2 primair en in zaak B met parketnummer 09-293016-22 en in zaak C onder 1 met parketnummer 15-216864-22 en in zaak D met parketnummer 15-303833-22 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A met parketnummer 15-109395-22 onder 1 primair en 2 primair en in zaak B met parketnummer 09-293016-22 en in zaak C onder 1 met parketnummer 15-216864-22 en in zaak D met parketnummer 15-303833-22 onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
18 (achttien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bijzondere voorwaarden contact- en locatieverbod
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
[benadeelde 1] , geboren te Hoorn op 27 december 1971en zich niet zal begeven in
[adres] in Enkhuizen.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor de feiten in zaak A met parketnummer 15-109395-22 onder 3, en zaak D met parketnummer 15-303833-22 onder 1 subsidiair bewezenverklaarde op: een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beslag
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Mes (omschrijving: goednummer 1368650, steak).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-109395-22 (zaak A) onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 16.745,02 (zestienduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent)bestaande uit
€6.745,02 (zesduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-109395-22 (zaak A) onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 16.745,02 (zestienduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent) bestaande uit € 6.745,02 (zesduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 108 (honderdacht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 1 mei 2022.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot schadevergoeding af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. W.F. Groos en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 februari 2026.
Mr. A.R.O. Mooy is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Bijlage I.
De bewijsmiddelen
De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die
daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit
of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het geschriften
als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering
betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Zaak A (feit 1 primair poging tot doodslag en feit 2 poging tot zware mishandeling):
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 2 mei 2022. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 1 mei 2022 door aangever [benadeelde 1] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 2] afgelegde verklaring (doorgenummerde pagina’s 126 en 127)
Op 1 mei 2022 wordt er aangebeld bij mijn woning in Enkhuizen. Ik doe de deur open en zie dat het vriendje van het buurmeisje voor mijn deur staat. Hij begint een woordenwisseling over de zaken die ik heb gezegd tegen de buurvrouw en zijn vriendin. Op een gegeven moment zie ik dat het vriendje van het buurmeisje een mes trekt. Ik ben toen naar buiten gestapt en is er een schermutseling ontstaan tussen ons beiden. Hierbij heb ik de persoon ook een klap verkocht om te voorkomen dat hij zijn mes zou gebruiken. De schermutseling ging door en ik probeerde het mes af te pakken. Op een gegeven moment voelde ik een scherpe pijn in mijn linkerzij. Uiteindelijk zijn wij op de grond beland, omdat ik het mes wilde afpakken. De persoon kon sneller op staan dan ik en schopte mij daarna nog tegen mijn hoofd.
2. Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt -zakelijk weergegeven- onder meer in als de op 3 mei 2022 door de aangever ten overstaan van verbalisant [verbalisant 3] afgelegde verklaring – doorgenummerde pagina’s 128- 132):
Toen de bel ging zei de verdachte dat ik niet z’n grote mond mocht hebben tegen zijn vriendin. Ik mocht niet naar hem wijzen anders zou hij mij steken. Toen begon hij met een mes met houder te dreigen. Ik wilde het mes afpakken, Hij zwaaide met het mes en toen gaf ik hem een klap. Ik wilde het mes afpakken en toen stak hij mij. Ik ben in mijn linkerzij gestoken en voelde dat ik in elkaar zakte. Hij maakte een paar steekbewegingen met het mes in de hoes.
3. Een schriftelijk bescheid, inhoudende een verslag van een deskundige als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering (doorgenummerde pagina’s 133 en 134).
Dit geschrift houdt onder meer in, als verklaring van [naam 2] , Forensisch Arts (GGD Hollands Noorden):
Betreft [benadeelde 1] , letselonderzoek 9 mei 2022.
wond linkerflank, vermoeden darmletsel -> spoed OK: laparotomie via grote mediane
incisie; darm bleek geperforeerd, is overhecht, geen darmresectie.
ernst van het letsel: ernstig, potentieel levensbedreigend, inmiddels gevaar geweken,
geschatte duur genezing: 6 maanden
4. Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven -
onder meer in als de op 3 mei 2022 door verdachte ten overstaan van verbalisant [verbalisant 4]
afgelegde verklaring (doorgenummerde pagina’s 24A tot en met 29):
Ik was van plan om met die buurman te praten. Bij de voorkant aangekomen belde ik aan.
Ik trok een mes. Ik had een scherp voorwerp in mijn handen. Normaal gesproken heb ik een kleiner mes maar nu had ik een grotere. Ik maakte een steekbeweging en toen is dat mes in zijn buik gegaan.
Ik heb het mes losgelaten. Wij zijn in een soort gevecht geraakt om het mes. We waren
beiden laag op de vloer omdat wij het mes probeerden te pakken. Toen ik het mes had, heb
ik de buurman nog geschopt in zijn gezicht en daarna ben ik weggerend.
Zaak B (mishandeling [benadeelde 3] ):
5. Een proces-verbaal van aangifte. Dit proces-verbaal houdt — zakelijk weergegeven —
onder meer in als de op 31 oktober 2022 door aangever [benadeelde 3] ten overstaan van
verbalisant [verbalisant 5] afgelegde verklaring (digitale pagina’s 7 tot en met 11):
Op 31 oktober 2022 ben ik om 14:30 uur begonnen in het Tikibad in Wassenaar. Op een
gegeven moment werd ik gebeld door een collega die als toezicht bij het Golfbad stond in het
Tikibad. Zij hadden gemeld dat een groep jongens in het bubbelbad zaten met alcoholische
dranken en dat zij deze alcoholische dranken in het bubbelbad hadden gegooid. Toen ik bij het bubbelbad aankwam, zag ik een donkere jongen in het bubbelbad zitten. Ik zag dat deze jongen 3 glazen onderwater hield. Ik wilde vervolgens contact leggen. Ik kreeg geen reactie van de jongen.
Ik zag opeens dat hij opstond. Ik zag dat hij eruit kwam. Ik zag dat hij mijn kant op kwam. Ik
zag dat hij recht voor mij kwam staan. Het was echt bijna neus tegen neus. Ik moest hierdoor
naar achter lopen, maar daar zat een hek. Ik kon geen kant op. Ik zag dat hij met zijn onderarm hard en met kracht tegen mijnsleutelbeen duwde. Hierdoor kwam ik tegen het hek. Ik voelde pijn en druk op mijn borst.
6. Een proces-verbaal van verhoor. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 31 oktober 2022 door getuige [getuige 3] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 6] afgelegde verklaring (digitale pagina’s 22/23):
Ik was aan het werk in het Tikibad van Duinrell als toezichthouder. Een badgast meldde mij
dat er in bubbelbad gasten waren die wijn aan het drinken waren. Ik wenkte mijn supervisor.
Ik zag dat mijn supervisor gehurkt op het plateau naast het bubbelbad ging zitten zodat hij
deze jongens recht in de ogen kon aanspreken. Ik zag dat er uit het bad twee jongens met
getinte huidskleur stapten. Doordat deze twee jongens uit het bad stapten, zag ik dat mijn
supervisor tegen een hekje aankwam te staan. Ik hoorde veel geschreeuw daar. Ik zag dat
mijn supervisor naar zijn portofoon greep. Op dit moment zag ik ook dat de meest getinte
jongen (jongen 1) mijn supervisor een zet gaf met zijn twee handpalmen om hierna mijn
supervisor bij de kraag te pakken.
7. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 augustus 2024. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik had een discussie met de badmeester in het Tikkiebad. Ik was met mijn vriend [naam 3] . We
stonden met zijn tweeën tegenover de man. Ik ben de getinte jongen (het hof leest: de meest getinte jongen (jongen 1)).
8. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2026.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik ben uit het water gegaan en naar de badmeester toegegaan. Ik stond recht voor hem.
Zaak C feit 1 (mishandeling [benadeelde 4] ):
9. Een proces-verbaal van aangifte. Dit proces-verbaal houdt-zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 23 januari 2022 door aangeefster [benadeelde 4] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 7] afgelegde verklaring (digitale pagina’s 4 tot en met 7):
Ik heb een korte relatie gehad met een jongen genaamd [verdachte] , geboren op 18-
07-2001. In oktober 2021 kregen we een relatie. [verdachte] mishandelde mij vanaf de maand december 2021. Door de mishandelingen heb ik pijn en letsel opgelopen. [verdachte] woont in Alkmaar en kwam mij vaak halen met de auto. Eenmaal in zijn huis begon hij mij te mishandelen. Dan sloeg hij met zijn vuisten op mijn bovenarmen. Dat vond hij grappig. Als ik dan zei dat hij mij pijn deed, dan kreeg ik te horen dat ik niet moest zeuren. De laatste keer was op 1 januari 2022. Ik was bij [verdachte] in huis en wilde naar huis. Ik
mocht van hem niet gaan en hij wilde mij ook niet brengen en begon mij weer met slaan. Ik ben toen zijn huis uit gerend. Ik zag dat [verdachte] achter mij aan kwam rennen. Uiteindelijk heeft hij mij te pakken gekregen. Hij greep mij heel hard bij mijn nek vast. Ook sloeg hij mij weer. Hij zei dat ik nergens heen mocht, dat ik van hem was.
Hij zei tegen mij: "Blijf hier staan, ik pak mijn sleutels." Ik bleef staan en [verdachte] liep richting zijn huis. Ik zag dat er een auto naar mij toe kwam rijden met een vrouw achter het stuur. Ik hoorde de vrouw tegen mij zeggen dat ik bij haar in moest stappen. Dat heb ik gedaan. Deze vrouw stelde zich voor als [getuige 2] . [getuige 2] heeft gezien wat er gebeurde op straat. Ik ben heel bang voor [verdachte] .
10. Een proces-verbaal van bevindingen inhoudende het verhoor van een getuige. Dit proces¬ verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (digitale pagina’s 8 tot en met 11):
Op 1 januari 2022 omstreeks 21:30 uur bevond ik, mij de getuige op de Willem de
Zwijgerlaan te Alkmaar waar ik het volgende zag: Ik zag in mijn richting een meisje lopen met een jongen. Ik zag dat de jongen het meisje met één hand achter in haar nek vast had. Het oogde nogal dwingend en met kracht. Ik zag dat het meisje aan het huilen was. Ik hoorde dat ze zei: "oh my god zag je wat er net gebeurde?
Ik zei tegen haar dat ik had gezien dat hij haar vast had. Ik vroeg daarop aan het meisje of ze wilde instappen in mijn auto. Ik vroeg haar wat er allemaal aan de hand was. Ze vertelde me dat ze [benadeelde 4]
heette en dat ze al langere tijd door haar vriend [verdachte] wordt mishandeld en bedreigd. Ze vertelde mij dat dit de jongen was, waarmee ik haar zojuist op de stoep had gezien.
Ik zag en hoorde dat [verdachte] haar bleef bellen. Ik zag dat ze de telefoon opnam en de telefoon op de luidspreker zette. Ik hoorde dat [verdachte] [benadeelde 4] bedreigde. Ik hoorde [verdachte] de volgende uitspraken uitte wat mij nog nog kon herinneren:
- hij zou haar huis in de fik zetten
- hij zou de auto van haar ouders niet heel laten
- zij moest een weten wat hij allemaal al had gedaan
- je moest mij maar niet kwaad zien.
11. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 augustus 2024. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik had haar – het hof begrijpt: aangeefster [benadeelde 4] opgehaald. Bij een vriend zijn we gaan spelen op de playstation. Toen ging ze naar de wc. Op een gegeven moment dacht ik dat het lang duurde. De deur stond open. Ze was vertrokken. Ze had al eerder het huis verlaten. Nu gebeurde het weer. Ik zag haar niet ver van de woning. Op dat moment was ik best wel boos. Op straat heb ik haar bij haar nek vast gehad. Op een gegeven moment ben ik weggelopen. Daarna heb ik haar niet meer gezien, maar ik heb haar wel een aantal malen gebeld.
12. Een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 12 juli 2022 door verbalisant [verbalisant 8] met drie foto’s van Snapchatberichten, inhoudende als relaas van bevindingen (digitale pagina’s 15-18) van verbalisant:
De aangeefster heeft verklaard dat de berichten afkomstig zijn van [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) en dat hij de berichten had gestuurd op 1 januari 2022.
De berichten houden onder meer in:
[verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte); “Als je niet reageerde ik ga naar je osso, alles gaat kapot, binnen en buitenkant. Jou gedrag is kanker klaar”
En “Je gaat niet naar een vriendin, je bent met mij. Je mag gaan. Risico’s zijn voor jou Ik ga t nie laten.”
13. Een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 3 juni 2022 door verbalisant [verbalisant 1] , inhoudende als relaas van bevindingen (digitale pagina’s 10-11) van verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 3 juni 20022 was ik verbalisant belast met het beluisteren van een geluidsfragment. Tijdens het beluisteren hoorde ik een persoon die later bleek te zijn [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] zei: [benadeelde 4] , luister luister, ik wil je niet dreigen maar zorg gewoon dat je aan mij zegt waar je bent voordat ik gewoon mad ga worden. Ik wil je osso brengen. Als ik je niet osso breng, ik zweer je ik ga je echt fucked up doen, niet alleen jou. En: Ik ga gewoon een kanker chaos daar zetten en jou een hele schande geven daarzo, want dan ken je mij niet”
14. Een proces-verbaal van bevindingen. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] (digitale pagina’s 10 tot en met 12, met bijlagen op pagina’s 13 en l4):
Ik, verbalisant, heb twee filmfragmenten aangeleverd gekregen waarbij ik het volgende heb gezien: Op het eerste filmfragment is het volgende te zien: Ik zag dat er een lichaamsdeel werd gefilmd. Het betrof een arm. Ik zag verwondingen zoals blauwe en rode plekken verdeeld over het boven- en onderarm van het slachtoffer. Op het tweede filmfragment zie ik een persoon van hoofd tot middel die de eerste paar seconde zichzelf filmt. Ik zie een jongedame die ik als volgt kan omschrijven:
- roze elastiek om haar rechterpols (betreft een scrunchie)
De persoon bleek later slachtoffer [benadeelde 4] te zijn. Ik zag dat [benadeelde 4] een stapje naar achteren en rechts zette zodat haar linkerarm duidelijk in beeld kwam. Ik zag dat [benadeelde 4] haar mouw van haar groene t shirt om hoog deed en daar duidelijk zichtbare blauwe plekken te zien waren. Ik zag dat de blauwe plekken op haar bovenarm zaten. [benadeelde 4] draaide zich naar de linkerkant zodat haar rechterarm duidelijk te zien was op het filmfragment. Ik zag dat zij haar mouw van het t shirt omhoog deed, ik zag dat zij op haar bovenarm en bij haar ellenboog blauwe plekken had.
Zaak D (feit 2 poging tot afdreiging [benadeelde 5] )
15. Een proces-verbaal van aangifte. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 20 juli 2022 door aangever Dylan [benadeelde 5] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 9] afgelegde verklaring (doorgenummerde pagina’s 65 tot en met 68):
Ik woon in Almere. Op 12 juli 2021 kwam ik via Wink in contact met een meisje. Wink betreft een platform en via dit platform kan je iemand toevoegen op snapchat. Ik heb zelf een snapchat account met de naam: [naam 4] De accountnaam van het meisje was: [naam 5] . [naam 6] en ik hadden vanaf 12 juli 2021 om de dag ongeveer contact.
Op 16 juli 2021 had ik weer contact met [naam 6] . Ik zag gelijk dat [naam 6] mij een foto stuurde.
Ik zag dat [naam 6] op de foto alleen een onderbroek droeg. Ik zag dat [naam 6] mij foto’s bleef sturen. Deze foto's waren erotisch van aard, ontbloot bovenlichaam. Ik las dat [naam 6] mij vroeg om ook een foto van mijzelf te sturen. Ik heb [naam 6] toen een foto gestuurd van mijzelf. Op deze foto was de onderkant van mijn lichaam ontbloot. Mijn gezicht was niet op de foto te zien. Zo stuurde ik meerdere foto's naar [naam 6] , alleen ontbloot onderlichaam en geen gezicht zichtbaar. Op een gegeven moment vroeg [naam 6] of ik mijzelf wilde filmen terwijl ik aan het masturberen was. Ik heb dit toen voor [naam 6] gedaan. Ik filmde mijzelf tijdens het masturberen.
Op 19 juli 2021 omstreeks 12:00 uur kreeg ik een bericht van [naam 6] . Ik zag dat [naam 6] had geschreven dat ze pas 16 (zestien) jaar oud was en dat ik haar een bedrag van 150,00 euro moest betalen. Verder las ik dat wanneer ik het bedrag niet aan haar zou betalen dat ze dan mijn filmpjes door zou sturen naar familie en vrienden.
Via snapchat kreeg ik op dinsdag 20 juli 2021 om 00:45 uur een bericht vanaf de accountnaam: [verdachte] . Ik las dat het bericht afkomstig was van [naam 6] . Ik las dat ze het geld wilde hebben. Ik heb toen aangegeven dat ik het geld op dat moment niet had. [naam 6] heeft mij tot dinsdag 20 juli 2021 om 18:00 uur de tijd gegeven om te betalen. Ook had [naam 6] in dit bericht een filmpje gestuurd waarop te zien was dat [naam 6] een filmpje had gemaakt van al mijn volgers op Instagram. [naam 6] liet mij weten dat het geen nut had om mijn volgers te verwijderen omdat ze toch al van deze een filmpje had gemaakt.
16. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2026. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven.
Ik gebruikte het account [verdachte] .