Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van feit 2
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 15 januari 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, een iPhone X oordoppen en/of oorbellen en/of een iPhone oplader en/of sigaretten en/of een aansteker en/of twee lippenstiften en/of een [paspoort] paspoort en/of een ov-chipkaart en/of een pinpas en/of een telefoon en/of EUR 360,00, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [benadeelde partij] de woorden toe te voegen “kom we gaan pinnen” en/of die [benadeelde partij] (meermalen) met de platte hand en/of de vuist op de rechter schouder en/of arm te slaan en/of die [benadeelde partij] uit een voertuig te trekken en/of die [benadeelde partij] met een telefoon tegen het hoofd te slaan en/of gas te geven en/of weg te rijden terwijl die [benadeelde partij] op de motorkap van het voertuig zat en/of die [benadeelde partij] van de motorkap van het voertuig te trekken
Vernietiging vonnis
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
€ 4.304,59 (vierduizend driehonderdvier euro en negenenvijftig cent) bestaande uit € 2.054,59 (tweeduizend vierenvijftig euro en negenenvijftig cent) materiële schade en € 2.250,00 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 241,41(tweehonderdeenenveertig euro en eenenveertig cent) aan materiële schade
af.
voor het overige(de posten ‘tegemoetkoming studievertraging’ en ‘schoolgeld 2018-2019’)
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.304,59 (vierduizend driehonderdvier euro en negenenvijftig cent) bestaande uit € 2.054,59 (tweeduizend vierenvijftig euro en negenenvijftig cent) materiële schade en € 2.250,00 (tweeduizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
43 (drieënveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
- 15 januari 2019 over een bedrag van € 1.226,00;
- 9 februari 2019 over een bedrag van € 261,88 (gederfde inkomsten);
- 17 oktober 2019 over een bedrag van € 154,66 (reiskosten psycholoog);
- 4 mei 2021 over een bedrag van € 412,05 (eigen risico 2021);