Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
[bedrijf 1] B.V. en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks de periode van 11 juli 2015 en met 17 november 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich (meermalen althans eenmaal) schuldig heeft/hebben gemaakt aan witwassen, althans schuldwitwassen, immers heeft/hebben [bedrijf 1] B.V. en/of haar mededader(s) [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (van) een of meerdere geldbedrag(en), te weten (onder meer):
subsidiair
hij op of omstreeks de periode van 11 juli 2015 en met 17 november 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich (meermalen althans eenmaal) schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans schuldwitwassen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (van) een of meerdere geldbedrag(en), te weten (onder meer):
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2015 tot en met 17 november 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2015 tot en met 17 november 2015 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandse Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend, als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) ten behoeve van en/of op verzoek van (een onbekend gebleven) begunstigde(n) en/of (een onbekend gebleven) betaler(s) en/of een of meer (onbekend gebleven) ander(en) een of meerdere (contante) geldtransactie(s) en/of een of meerdere geldtransfer(s) uitgevoerd en/of voor rekening van een of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) ontvangen en/of aan een of meerdere van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) beschikbaar gesteld en/of voor een of meer van de voornoemde begunstigde(n) en/of betaler(s) gehouden, te weten:
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Bewijsoverweging
- Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld van wie het handschrift is van de administratie die is aangetroffen op het kantooradres [adres 2] .
- Ook wordt de door de rechtbank gemaakte handschriftvergelijking betwist omdat een rechterlijk college daartoe niet de deskundigheid bezit.
- Tevens kunnen vragen worden opgeworpen bij de conclusie van de rechtbank ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte in de periode na 11 augustus 2015, de dag van de aanhouding van [zaak 1] . Hetgeen daarna door de politie is vastgesteld zou er ook op kunnen wijzen dat de medeverdachte [medeverdachte 1] na die dag zelfstandig is gaan werken.
- Hier komt bij dat niet duidelijk is waarop het onderzoeksteam de conclusie baseert dat ‘ [bijnaam 1] ’, zoals opgenomen in de administratie aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1] , kan worden vereenzelvigd met ‘ [bijnaam 1] ’, de bijnaam van de verdachte.
- Tot slot is naar voren gebracht dat verondersteld leiderschap van een criminele organisatie niet automatisch het daderschap bij concrete delicten impliceert.
.Het hof acht het aannemelijk dat de benaming “Ouwe [bijnaam 1] of [bijnaam 1] ” wordt gebruikt voor de vader, ter onderscheid van de hem in ieder geval op papier in [bedrijf 4] opgevolgde zoon [medeverdachte 3] . Op grond van het voorgaande gaat het hof er hier en elders in dit arrest van uit dat met “
[bijnaam 1]” of “
[bijnaam 1]” of “
[bijnaam 1]” wordt bedoeld de verdachte.
niet [medeverdachte 1] , hof) vader”) allebei de sleutels van het kantoorpand heeft en zegt dat hij alleen maar stress heeft en voor zoveel mensen moet zorgen. Verder zegt [medeverdachte 1] tegen zijn vriendin dat zij maar moet zeggen dat hij bezig is voor [bijnaam 1] .
- een in de administratie genoemde plaatsnaam (ook) verband kan houden met een persoon in plaats van een locatie, bijvoorbeeld de naam ‘ [naam] ’ die in verband kan worden gebracht met een persoon uit [plaats 2] met wie [medeverdachte 1] in Amsterdam contact had,
- in de administratie niet bij ieder geldbedrag een plaatsnaam wordt genoemd,
- [medeverdachte 1] in de periode van 9 september 2015 tot en met 16 november 2015 niet voortdurend is geobserveerd, en
- in ieder geval op 24 september 2015 geen bakengegevens beschikbaar waren.
- de geldbedragen die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] , [zaak 1] en [persoon 7] en in het kantoor van [bedrijf 1] B.V. aan de [adres 2] en de geldbedragen die zijn opgenomen in de administratie die is aangetroffen in dat kantoor en in de woning van [medeverdachte 1] zijn hoge contante bedragen van enkele tienduizenden tot honderdduizenden euro’s,
- bij de overdracht, het vervoer of de bewaring van geldbedragen van de hoogte als die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] , [zaak 1] en [persoon 7] , in het kantoor van [bedrijf 1] B.V. aan de [adres 2] en de in de administraties opgenomen transacties, mag worden verwacht dat daarbij voor een deugdelijke beveiliging wordt gezorgd. Hiervan is niet gebleken,
- de administratie die is aangetroffen in het kantoor van [bedrijf 1] B.V. aan de [adres 2] en in de woning van [medeverdachte 1] is zeer beperkt en daaruit blijkt voor een buitenstaander niet of nauwelijks van wie de daarin opgenomen geldbedragen afkomstig zijn of voor wie deze zijn bestemd,
- de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maakten voor onder meer de huur van kantoorruimte en de lease van auto’s gebruik van de besloten vennootschap [bedrijf 1] , waarvan de in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermelde bedrijfsactiviteiten en bestuurders niet overeenkwamen met de werkelijkheid,
- de bij [medeverdachte 1] aangetroffen biljetten van € 5,00, het door [medeverdachte 1] en zijn toenmalige vriendin op 5 oktober 2015 gevoerde telefoongesprek over een biljet van € 5,00 en de in de slaapkamer van [medeverdachte 2] aangetroffen notitie wijzen op het gebruik van tokens, waarmee geldbedragen anoniem kunnen worden overgedragen, hetgeen het vermoeden versterkt dat het gaat om geld afkomstig uit misdrijf,
- de geldbedragen die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] , [zaak 1] en [persoon 7] en in het kantoor van [bedrijf 1] B.V. waren gebundeld op een wijze die gebruikelijk is in het criminele circuit, namelijk in stapels van 100 biljetten van een gelijk bedrag met elastiekjes om iedere stapel en vervolgens in bundels van een aantal stapels met elastiekjes om iedere bundel,
- de verdachte en [medeverdachte 1] maakten gebruik van PGP-telefoons, waarvan de communicatie destijds niet door de politie kon worden ontsleuteld,
- de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maakten gebruik van twee (lease)auto’s met een ingebouwde verborgen ruimte (een Mercedes met kenteken [kenteken 4] en een Volkswagen met kenteken [kenteken 2] ), en
- de door de politie inbeslaggenomen contante geldbedragen zijn tot nu toe niet door enig vermeend rechthebbende opgeëist.
ECLI:NL:GHAMS:2018:4065). De werkwijze van de verdachte en de medeverdacht(en) met betrekking tot de ten laste gelegde bedragen vertoont in het onderhavige geval sterke overeenkomsten en gelet daarop is de hiervoor opgenomen motivering op alle bedragen van toepassing.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 11 juli 2015 en met 17 november 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader(s) geldbedragen, te weten:
hij in de periode van 11 juli 2015 tot en met 17 november 2015 te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
hij in de periode van 11 juli 2015 tot en met 17 november 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandse Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend, als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de Wet op het financieel toezicht,
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen en maatregel
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
48 (achtenveertig) maanden.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: