ECLI:NL:GHAMS:2026:1876
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A.A. Postma
- A.P.M. van Rijn
- A.C. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging taakstraf en ambtshalve schadevergoedingsmaatregel voor mishandeling met immateriële schade
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 9 juli 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 19 april 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen de opgelegde taakstraf van 60 uur.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn met drie maanden, maar vond dat deze schending voldoende was gecompenseerd door de vaststelling van de inbreuk op artikel 6 EVRM Pro. De taakstraf van 60 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk, werd bevestigd.
Het slachtoffer had zich in eerste aanleg niet in het geding gevoegd met een schadevordering. In hoger beroep werd een ambtshalve schadevergoedingsmaatregel overwogen en opgelegd wegens immateriële schade van €750, gebaseerd op de Rotterdamse Schaal en jurisprudentie. Het hof vond dit passend gezien de bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer en de psychische impact van de mishandeling.
De wettelijke rente wordt vanaf 24 oktober 2021 berekend. De duur van gijzeling bij niet-betaling is vastgesteld op maximaal zeven dagen. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter met deze aanvulling.
Uitkomst: Het hof bevestigt de taakstraf van 60 uur en legt ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel van €750 op ten behoeve van het slachtoffer.