Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
‘Termination’) geregeld in welke gevallen het contract voortijdig zou eindigen en wat er dan moest gebeuren.
Annexes Abij de MFA. In artikel 2.4 van de MFA is vastgelegd dat iedere overeenkomst geldt voor de duur van vijf jaar en één keer kan worden verlengd met nogmaals vijf jaar, tenzij een van partijen uiterlijk zes maanden voor afloop van de eerste termijn de andere partij laat weten de overeenkomst te willen beëindigen.
refitvan de winkels verlangen. De kosten daarvan zijn eveneens voor de franchisenemer, met dien verstande dat Tommy Hilfiger alle ‘
items and services’ voor de
refitzal leveren tegen haar standaardprijzen.
General Sales Conditions) van toepassing.
‘Franchise Fee/Prices’) van de MFA is onder 6.1 bepaald dat de franchisenemer jaarlijks een fee van € 2.400,00 plus btw dient te betalen. Onder 6.2 is bepaald dat de franchisenemer als zekerheid voor de nakoming van zijn financiële verplichtingen aan Tommy Hilfiger een bankgarantie moet verstrekken in de vorm zoals opgenomen in Annex D (die niet is overgelegd) en goedgekeurd door Tommy Hilfiger . De MFA bevat geen specificatie van de hoogte van de af te geven bankgarantie.
‘Termination’) is onder 12.4 vastgelegd dat Tommy Hilfiger de overeenkomst via een
‘notice of termination’mag beëindigen als de franchisenemer een van zijn verplichtingen uit de MFA niet nakomt, waarna de overeenkomst eindigt 15 dagen nadat de
noticeis gegeven, tenzij de franchisenemer binnen die termijn zijn tekortkoming herstelt. Indien echter binnen een periode van 12 maanden drie keer een dergelijke
noticeis verstrekt, verliest de franchisenemer bij de derde
noticezijn recht om te herstellen en zal beëindiging van de overeenkomst volgen. Kosten die Tommy Hilfiger in verband met het versturen van een
noticemaakt, komen voor rekening van de franchisenemer. In geval van een beëindiging op deze grond (‘
termination of this Agreement for good cause’), heeft de franchisenemer geen recht op enige vorm van compensatie, zo is verder onder 12.7 bepaald. Ook in geval van het verstrijken van de looptijd bestaat geen recht op compensatie, aldus 12.7.
Annexes Abij de MFA vermeldden ten aanzien van de afzonderlijke winkels onder meer:
refitondergaan. In verband daarmee is toen in een
Addendum No. 6in artikel 11 vastgelegd Pro dat de MFA voor deze winkel een looptijd zal hebben van 1 maart 2014 tot en met 28 februari 2019.
Addendumvoor deze winkel opgesteld, waarin is bepaald dat de looptijd van de MFA voor deze winkel zal zijn van 1 maart 2015 tot en met 28 februari 2020. De winkel in de oude ruimte is vanaf 29 maart 2015 gesloten.
Addendumvastgelegd dat de looptijd van de franchiseovereenkomst in afwijking van artikel 2.4 MFA zal eindigen op 31 januari 2021.
refitsdoorgevoerd.
bank guarantee of min. 300k €’.
refitsvan de winkels. Op dat moment had Tommy Hilfiger ook al vaker erover geklaagd dat Denim Group niet voldeed aan haar contractuele verplichting om een bedrag van 2% van haar geplande netto omzet aan marketing te besteden.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
refitsen marketing) en het stellen van een bankgarantie - zonder meer bleven gelden voor Denim Group . Zij legt echter niet uit waarom dit zo zou zijn. Daarbij kan niet uit het oog worden verloren dat in het algemeen een relatie bestaat tussen dergelijke financiële verplichtingen en de duur van de overeenkomst: om veilig te stellen dat verplichte investeringen ook kunnen worden terugverdiend wordt de overeenkomst voor een bepaalde duur gesloten. In die zin hebben ook de advocaten van Tommy Hilfiger tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg verklaard (proces-verbaal zitting 9 januari 2024, p. 8). Tegen deze achtergrond kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat de financiële verplichtingen uit de MFA onverkort zijn blijven voortbestaan nadat de looptijd daarvan voor de verschillende winkels was verstreken en er sprake was van een franchiseovereenkomst voor onbepaalde duur die onmiddellijk opzegbaar was.
terminationdie vermeld staat in de onder 3.19 bedoelde ongedateerde brief van eind augustus 2022 van Tommy Hilfiger aan Denim Group , kan zowel slaan op een (neutrale contractsbeëindiging door) opzegging als op een ontbinding wegens toerekenbaar tekortschieten. Weliswaar spreekt Tommy Hilfiger in haar processtukken van een opzegging, maar zij stelt tegelijkertijd dat zij daartoe gerechtigd was wegens toerekenbaar tekortschieten van Denim Group . Vast staat dat Tommy Hilfiger in een bespreking op 2 augustus 2022 aan Denim Group duidelijk heeft gemaakt op welke punten zij meende dat Denim Group tekort schoot. Daarbij ging het onder meer om het niet verstrekken van een bankgarantie en het niet tijdig doorvoeren van
refitsvan de winkels. Voordien had Tommy Hilfiger ook al regelmatig te kennen gegeven dat zij vond dat er onvoldoende geld aan marketing werd besteed.
refits.Om die reden was Tommy Hilfiger niet gehouden een nieuwe MFA voor twee keer vijf jaar aan te bieden (rov. 4.23 e.v.) en kon zij zonder een mogelijkheid tot herstel de overeenkomst beëindigen (rov. 4.33 e.v.), aldus de rechtbank. Met haar grieven 3, 4 en 5 komt Denim Group daartegen op.
Annex Dbij de MFA te zijn gekoppeld aan het franchisecontract dat voor de afzonderlijke winkels via
Annex Awerd gesloten. Aannemelijk is dan ook dat het verstrijken van de termijn van de MFA tevens gevolgen had voor de bankgarantie. Voor de periode januari 2020 tot en met 31 januari 2021 was een bankgarantie voor alle winkels van € 300.000,00 gesteld. Voordien was er blijkbaar sprake van een kredietverzekering bij Atradius, waardoor een bankgarantie achterwege kon blijven. Toen echter in 2019 Atradius een kredietlimiet ging stellen, werd de vraag naar de bankgarantie weer actueel, zo begrijpt het hof uit de verklaring van de heer Hanak van Tommy Hilfiger op de mondeling behandeling in eerste aanleg (proces-verbaal zitting januari 2024, p. 12). Daarop werd in januari 2020 een bankgarantie gesteld met een geldigheidsduur tot en met 31 januari 2021. Op 31 januari 2021 liepen ook de MFA’s voor de winkels 2/12, 3, 4 en 7 af, terwijl die voor winkel 1 al in 2019 was afgelopen. De bankgarantieverplichting zou nadien dus alleen nog voor de winkels 8, 9 en 10 hebben gegolden, maar ook voor de winkels 8 en 9 verstreek betrekkelijk kort daarna de looptijd van de MFA (namelijk op respectievelijk 31 september 2021 en 30 juni 2021). Alleen het contract voor winkel 10 liep pas af op 31 mei 2022. Maar ook voor deze laatste winkel was de MFA dus afgelopen toen in augustus 2022 de franchiseovereenkomst door Tommy Hilfiger werd opgezegd. Uit de stukken blijkt onvoldoende duidelijk op welke grond Tommy Hilfiger meent dat zij na 31 januari 2021 voor de drie nog resterende winkels waarvoor de MFA nog gold onverkort aanspraak kon blijven maken op een bankgarantie van kennelijk € 300.000,00 en evenmin hoe zij daar om heeft gevraagd. Zodoende kan er niet van worden uitgegaan dat Denim Group na 31 januari 2021 nog steeds gehouden was een bankgarantie van € 300.000,00 te stellen. Bij deze stand van zaken bieden de stellingen van Tommy Hilfiger onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat Denim Group op het punt van de bankgarantie is tekortgeschoten. Het oordeel van de rechtbank houdt op dit punt geen stand.
refitslag het initiatief volgens de tekst van artikel 4.9 van de MFA bij Tommy Hilfiger . Zij kon iedere vijf jaar een
refitverlangen, waarna de franchisenemer deze moest uitvoeren. Daarbij moest blijkbaar gebruik worden gemaakt van door Tommy Hilfiger aangereikte items en diensten, met dien verstande dat alle kosten voor de franchisenemer waren. Alleen winkel 1 heeft in 2014 een dergelijke
refitondergaan. Uit de stukken blijkt niet dat Tommy Hilfiger nadien nog een
refitheeft verlangd. De onder 3.12 bedoelde email van 30 januari 2019 bevat weliswaar een planning daarvoor, maar uit de stukken blijkt niet dat Tommy Hilfiger daaraan op enig moment gevolg heeft gegeven. De omstandigheid dat het voor haar ook niet zonder meer voor de hand lag een
refitte verlangen omdat de MFA’s voor de verschillende winkels zouden expireren, maakt in dit verband geen verschil. In het licht van de tekst van de MFA bieden de feiten onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat Tommy Hilfiger Denim Group kan tegenwerpen niet tijdig
refitste hebben doorgevoerd. Als zij dit anders had gewild, had Tommy Hilfiger daar op moeten aansturen. Ook als de coronapandemie een rol heeft gespeeld, blijft staan dat het initiatief om concreet tot
refitsover te gaan van Tommy Hilfiger had moeten komen.
noticeeen mogelijkheid tot herstel heeft geboden gedurende vijftien dagen. Vast staat dat een dergelijke mogelijkheid niet is geboden. De omstandigheid dat de tekortkomingen in de ogen van Tommy Hilfiger al langer speelden, brengt niet mee dat zij deze regeling - die duidelijkheid biedt over (het moment tot) wanneer de franchisenemer zijn verzuim kan zuiveren - kon negeren.
‘expiration of the Term of this Agreement’zoals gedefinieerd onder 1.11 jo. 1.1 MFA) Denim Group kort gezegd geen recht heeft op enige vergoeding. Ten tijde van de opzegging in augustus 2022 was de looptijd van de MFA voor alle acht winkels inmiddels echter verstreken. Daarna is de franchiserelatie gewoon voortgezet voor alle winkels, zonder dat er nieuwe afspraken zijn gemaakt. Het enkele feit dat de MFA bepaalde dat in het geval de overeenkomst eindigt door het verstrijken van de looptijd er geen recht bestaat op compensatie, brengt in het geval de overeenkomst, zoals hier is gebeurd, niet eindigt maar wordt voortgezet, niet mee dat deze contractuele bepaling zonder meer haar gelding blijft houden. Dan geldt dat wordt teruggevallen op het hiervoor uiteengezette recht, zoals dat volgt uit wet en rechtspraak. Voor zover Tommy Hilfiger hiervan had willen afwijken, had het op haar weg gelegen daarover tijdig duidelijke afspraken met Denim Group te maken. Dat is niet gebeurd. Het voorgaande geldt ook voor zover Tommy Hilfiger aansluiting zou willen zoeken bij een beëindiging volgens artikel 12.7 MFA
‘for good cause’. Die bepaling ziet immers slechts op ontbinding en niet op opzegging, en ontbinding is niet aan de orde omdat, zoals hiervoor is overwogen, niet is gebleken van tekortkomingen van Denim Group .