ECLI:NL:GHAMS:2026:1742

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
200.364.192/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:359c BWArt. 2:201a BWArt. 2:24d BWArt. 5:74 WftArt. 1 Eerste Protocol EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak Ondernemingskamer over uitkoop aandelen Just Eat Takeaway.com B.V.

MIH Bidco Holdings B.V. (MIHB) heeft de Ondernemingskamer gedagvaard om de overdracht van aandelen in Just Eat Takeaway.com B.V. (JET) af te dwingen op grond van artikel 2:359c BW, na het uitbrengen van een openbaar bod waarbij MIHB ten minste 95% van het geplaatste kapitaal en stemrechten van JET had verworven.

De Ondernemingskamer stelde vast dat MIHB inderdaad meer dan 95% van de aandelen en stemrechten hield en dat de vordering tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders op juiste wijze was ingesteld. Tevens werd beoordeeld dat de American Depositary Shares en CREST Depositary Interests als bewilligde certificaten kwalificeren en dat de houders daarvan als aandeelhouders moeten worden aangemerkt.

De Kamer oordeelde dat de biedprijs van €20,30 per aandeel geacht wordt een billijke prijs te zijn, omdat MIHB meer dan 90% van de aandelen waarop het bod betrekking had, had verworven. De peildatum voor de prijsvaststelling werd vastgesteld op 21 oktober 2025, de dag van betaalbaarstelling na de na-aanmeldingstermijn.

De Ondernemingskamer veroordeelde de gedaagden tot overdracht van het onbezwaarde recht op hun aandelen aan MIHB tegen de vastgestelde prijs, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de peildatum, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De Ondernemingskamer veroordeelt de aandeelhouders tot overdracht van hun aandelen aan MIH Bidco Holdings B.V. tegen €20,30 per aandeel plus wettelijke rente.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.364.192/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 30 juni 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MIH BIDCO HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES,
advocaten:
mr. R.G.J. de Haan,
mr. L.M. Kivitsen
mr. M.A. Keulen, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JUST EAT TAKEAWAY.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar het recht van de staat New York van de Verenigde Staten van Amerika,
DEUTSCHE BANK TRUST COMPANY AMERICAS,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
3. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk,
CREST DEPOSITORY LIMITED,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
4. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk,
CREST INTERNATIONAL NOMINEES LIMITED,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
5.
ALLE ANDERE, NIET BIJ NAAM BEKENDE, HOUDERS VAN AANDELEN IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP JUST EAT TAKEAWAY.COM B.V.,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
GEDAAGDEN,
niet verschenen.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
eiseres als: MIHB
gedaagde sub 1 als: JET
gedaagde sub 2 als: Deutsche Bank
gedaagde sub 3 als: CREST Depository
gedaagde sub 4 als: CREST Nominees

1.Het verloop van het geding

1.1
MIHB heeft bij exploot van 23 december 2025 gedaagden gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 27 januari 2026 en gevorderd – zakelijk weergegeven – om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
gedaagden sub 1 tot en met 3 en sub 5 te veroordelen om het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatst kapitaal van JET waarvan zij houder zijn aan MIHB over te dragen op grond van primair artikel 2:359c BW dan wel subsidiair artikel 2:201a BW;
gedaagde sub 4 te veroordelen de overdracht door gedaagde sub 3 als gevorderd onder a. te gehengen en te gedogen;
subsidiair
gedaagden sub 1, 2, 4 en 5 te veroordelen om het onbezwaarde recht op de aandelen in het geplaatst kapitaal van JET waarvan zij houder zijn aan MIHB over te dragen op grond van primair artikel 2:359c BW dan wel subsidiair artikel 2:201a BW;
gedaagde sub 3 te veroordelen de overdracht door gedaagde sub 4 als gevorderd onder c. te gehengen en te gedogen;
in beide gevallen:
de prijs van de over te dragen aandelen in het kapitaal van JET vast te stellen op € 20,30 per aandeel, althans de prijs van de over te dragen aandelen vast te stellen in euro op een door de Ondernemingskamer in goede justitie te bepalen bedrag per een door de Ondernemingskamer in goede justitie te bepalen datum, in alle gevallen te verminderen met de na de peildatum tot de datum van onbezwaarde overdracht dan wel overgang van die aandelen gedane uitkeringen op die aandelen en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de peildatum tot aan de datum van onbezwaarde overdracht dan wel overgang van die aandelen;
MIHB te veroordelen de prijs per aandeel verminderd met eventuele uitkeringen als voormeld en vermeerderd met de rente als voormeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren of zullen toebehoren op de dag waarop het te dezes te wijzen arrest ten uitvoer zal worden gelegd, tegen levering door laatstbedoelden van het onbezwaarde recht op aandelen;
gedaagden, voor zover zij verweer voeren, te veroordelen in de kosten van dit geding inclusief de nakosten, te voldoen binnen veertien na dagtekening van het arrest, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen genoemde termijn zijn voldaan, hierover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente verschuldigd is.
1.2
Op de rol van 27 januari 2026 is tegen alle gedaagden verstek verleend, heeft MIHB bij akte een aanvullende productie overgelegd en is arrest gevraagd. De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
JET drijft een internationaal opererende onderneming die via haar (online) platforms consumenten verbindt met ongeveer 356.000 partners op het gebied van onder andere restaurants en winkels.
2.2
MIHB is indirect een 100%-dochtervennootschap van Prosus N.V. (hierna: Prosus). Prosus is een wereldwijd technologiebedrijf dat investeert in e-commerce-bedrijven in groeiende markten.
2.3
De aandelen in het geplaatste kapitaal van JET (hierna ook: de Aandelen of een Aandeel) waren tot 17 november 2025 genoteerd aan de effectenbeurs Euronext Amsterdam N.V. (hierna: Euronext Amsterdam).
2.4
Sinds 2020 worden via CREST zogenoemde
CREST Depositary Interests(hierna: CDIs) in JET verhandeld. CREST is een elektronisch effectenafwikkelingssysteem in het Verenigd Koninkrijk waarop aanspraken op buitenlandse effecten kunnen worden verhandeld. De verhoudingen van de verschillende partijen binnen het CREST-systeem zijn geregeld in de CREST International Manual (hierna: CREST Manual) en de daarin in hoofdstuk 6 opgenomen Global Deed Poll. CDIs worden uitgegeven door CREST Depository in een verhouding van één CDI tegenover één Aandeel. CREST Depository is een dochtervennootschap van Euroclear UK & International Limited (hierna: Euroclear UK). CREST Nominees houdt de Aandelen ten behoeve van CREST Depository (artikel 2.2 en 4.1 CREST Manual). CREST Depository houdt de Aandelen – via CREST Nominees – op haar beurt als
bare trusteeten behoeve van de houders van de CDIs (artikel 5.1 Global Deed Poll).
2.5
De houder van een CDI is gerechtigd tot dividend en andere uitkeringen die verbonden zijn aan de Aandelen (artikel 4.1 CREST Manual in samenhang met artikel 5.1 Global Deed Poll). De CDI-houders kunnen indirect via hun financiële intermediair (een CREST-lid) CREST Depository instructies geven om op een bepaalde wijze op de onder de CDIs liggende Aandelen te stemmen (artikel 5 CREST Pro Manual).
2.6
Sinds 2021 heeft Deutsche Bank een zogenoemd ADS-programma. Deutsche Bank houdt Aandelen waarvoor zij
American Depositary Shares(hierna: ADSs) heeft uitgegeven in een verhouding van vijf ADSs tegenover één Aandeel. Daartoe is op 4 mei 2021 en 4 juni 2021 een
deposit agreementgesloten tussen JET, Deutsche Bank en de houders van ADSs (hierna: de Deposit Agreement). Op grond van de Deposit Agreement is Deutsche Bank benoemd tot
depositaryvan de door haar gehouden Aandelen (artikel 2.1). ADSs zijn
over the counterverhandelbaar (artikel 2.2 en 2.5) en kunnen worden omgewisseld in Aandelen (artikel 2.6). Deutsche Bank is gehouden uitkeringen op Aandelen door te betalen aan de ADS-houders (artikel 4.1). De ADS-houders kunnen Deutsche Bank instrueren op een bepaalde wijze op de onder de ADSs liggende Aandelen te stemmen, bij gebreke waarvan Deutsche Bank een stemvolmacht aan een door JET aangewezen persoon geeft (artikel 4.8).
2.7
Op 24 februari 2025 hebben MIHB en JET een fusieovereenkomst gesloten en diezelfde dag via een gezamenlijk persbericht aangekondigd dat zij overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden van een (voorgenomen) openbaar bod door MIHB op de uitstaande Aandelen. De voorwaardelijke overeenstemming zag onder meer op een biedprijs van € 20,30 per Aandeel (cum dividend).
2.8
Op 19 mei 2025 heeft MIHB een door de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) goedgekeurd biedingsbericht algemeen verkrijgbaar gesteld en een openbaar bod (hierna: het Bod) uitgebracht op alle uitgegeven en uitstaande Aandelen, ADSs en CDIs tegen een biedprijs van € 20,30 per Aandeel, € 20,30 voor één CDI en het equivalent van € 4,06 (1/5e van de biedprijs per Aandeel) in Amerikaanse dollars voor één ADS (hierna: de Biedprijs). Diezelfde dag hebben MIHB en JET een gezamenlijk persbericht gepubliceerd.
2.9
Ten tijde van het uitbrengen van het Bod bestond het maatschappelijk kapitaal van JET uit 400.000.000 gewone aandelen op naam met een nominale waarde van € 0,04 per Aandeel. Het geplaatste kapitaal van JET bestond uit 208.967.756 gewone aandelen met een nominale waarde van € 0,04 per Aandeel. JET hield op dat moment 8.288.240 Aandelen in haar eigen kapitaal. Uit de destijds geldende statuten van JET volgt dat er geen aandelen waren uitgegeven waaraan bijzondere zeggenschapsrechten in JET zijn verbonden.
2.1
Op 25 september 2025 heeft JET 1.342.500 Aandelen die JET hield in haar eigen kapitaal overgedragen aan Stichting Administratiekantoor Takeaway.com (hierna: STAK) in het kader van de afwikkeling van verschillende
incentive plansvan JET. Deze zijn door STAK aangemeld onder het Bod. Van de Aandelen die JET hield in haar eigen kapitaal kwamen 409.123 Aandelen op grond van
incentive planstoe aan (voormalig) bestuursleden van JET. JET heeft deze 409.123 Aandelen op 9 oktober 2025 namens de (voormalig) bestuursleden aangemeld onder het Bod.
2.11
De aanmeldingstermijn onder het Bod liep van 20 mei 2025 09:00 CEST tot – na een per persbericht aangekondigde verlenging – 1 oktober 2025 17:40 CEST. Bij gezamenlijk persbericht van 2 oktober 2025 van JET en MIHB is meegedeeld dat MIHB het Bod gestand zou doen met aankondiging van een na-aanmeldingstermijn van 3 oktober 2025 09:00 CEST tot en met 16 oktober 2025 17:40 CEST.
2.12
Tijdens de aanmeldingsperiode zijn 182.084.104 Aandelen aangemeld. Vervolgens zijn tijdens de na-aanmeldingsperiode nog 16.287.885 Aandelen aangemeld. Bij gezamenlijk persbericht van 17 oktober 2025 hebben JET en MIHB deze resultaten gepubliceerd. Kort na het persbericht en de na-aanmeldingsperiode zijn nog 3.646 Aandelen aangemeld en geaccepteerd onder het Bod. In totaal zijn er dus 198.375.635 Aandelen onder het Bod aangemeld.
2.13
Op 6 oktober 2025 zijn alle Aandelen die tijdens de aanmeldingsperiode zijn aangemeld geleverd door bijschrijving op de effectenrekening die MIHB houdt bij ING Bank N.V. (hierna: ING) tegen betaling van de Biedprijs. Op 21 oktober 2025 zijn alle Aandelen die na de aanmeldingsperiode zijn aangemeld aan MIHB geleverd tegen betaling van de Biedprijs.
2.14
Op 14 november 2025 zijn de aandelen voor het laatst verhandeld op de beurs van Euronext Amsterdam en op 17 november 2025 is de beursnotering van JET beëindigd.

3.De gronden van de beslissing

3.1
MIHB heeft haar vordering primair gegrond op artikel 2:359c BW en subsidiair op artikel 2:201a BW. JET was ten tijde van het uitbrengen van het Bod een vennootschap waarvan de aandelen waren toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt zoals bedoeld in artikel 5:74 lid 1 Wft Pro, zodat de vordering in beginsel op artikel 2:359c BW kan worden gebaseerd.
3.2
Nu tegen de gedaagden verstek is verleend, dient de Ondernemingskamer op grond van artikel 2:359c lid 5 BW ambtshalve te onderzoeken of (i) MIHB een openbaar bod heeft uitgebracht, (ii) MIHB als aandeelhouder voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van JET verschaft en ten minste 95% van de stemrechten van JET vertegenwoordigt en (iii) of de vordering is ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders.
Openbaar bod
3.3
De Ondernemingskamer stelt op grond van wat blijkt uit de in het geding gebrachte stukken, in het bijzonder het biedingsbericht van 19 mei 2025, de gezamenlijke persberichten van 24 februari 2025, 19 mei 2025, 2 oktober 2025 en 17 oktober 2025, vast dat MIHB een openbaar bod als bedoeld in artikel 5:74 Wft Pro heeft uitgebracht. De vordering is in zoverre deugdelijk.
95%-drempel van kapitaal en stemrecht
3.4
MIHB heeft gesteld dat op de dag van dagvaarding – 23 december 2025 – MIHB 198.375.635 van de aandelen in het geplaatste kapitaal van JET hield. Ter onderbouwing van haar stelling dat zij daarmee per datum van het uitbrengen van de dagvaarding ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van JET verschaft en 95% van de stemrechten vertegenwoordigt heeft MIHB overgelegd (kopieën van):
de statuten van JET van 17 november 2025 waaruit blijkt dat de Aandelen een nominale waarde hebben van € 0,04 per aandeel (artikel 3.1) en dat elk aandeel recht geeft op het uitbrengen van één stem in de algemene vergadering van JET (artikel 8.6.2);
een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel betreffende JET van 23 december 2025 waaruit volgt dat op die datum het geplaatste kapitaal € 8.358.710,24 bedroeg;
een afschrift van het aandeelhoudersregister van JET van 23 december 2025;
een verklaring van het bestuur van JET van 23 december 2025 waarin onder meer wordt bevestigd dat het geplaatste kapitaal van JET € 8.358.710,24 bedraagt en bestaat uit 208.967.756 aandelen van elk nominaal € 0,04;
en schriftelijke verklaring van ING Bank van 23 december 2025 waaruit de Ondernemingskamer opmaakt dat MIHB per die datum gerechtigd is tot 198.375.635 Aandelen;
een verklaring van mr. L. Bosman, als waarnemer van mr. J.J.C.A. Leemrijse, notaris te Amsterdam, van 23 december 2025 (hierna: de Notariële verklaring) waarin zij op basis van de door haar onderzochte documenten onder meer verklaart dat:
i. het geplaatste kapitaal van JET op 23 december 2025 bestaat uit 208.967.756 aandelen;
ii. het geplaatste en bij derden uitstaande kapitaal van JET op 23 december 2025 bestaat uit 202.431.139 aandelen;
iii. JET op 23 december 2025 6.536.617 Aandelen in haar eigen kapitaal houdt;
iv. MIHB op 23 december 2025 198.375.635 aandelen houdt in het kapitaal van JET;
v. MIHB ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van JET houdt;
vi. MIHB ten minste 95% van de stemrechten in de algemene vergadering van JET vertegenwoordigt.
3.5
Bij de toets of MIHB voor eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal in JET verschaft, tellen de Aandelen die JET in haar eigen kapitaal houdt ingevolge het bepaalde in artikel 2:359c BW juncto artikel 2:24d BW, niet mee. Ten tijde van het uitbrengen van het Bod hield JET 8.288.240 Aandelen in haar eigen kapitaal (zie 2.9). Vervolgens heeft JET op 25 september 2025 1.342.500 Aandelen overgedragen aan STAK (zie 2.10). Van de resterende Aandelen die JET in haar eigen kapitaal hield kwamen 409.123 Aandelen toe aan (voormalig) bestuursleden van JET en deze zijn op 9 oktober 2025 aangemeld onder het Bod en op 21 oktober 2025 overgedragen aan MIHB (zie 2.10 en 2.13). Aldus hield JET op de datum van de dagvaarding nog 6.536.617 Aandelen in haar eigen kapitaal.
3.6
Op grond van voornoemde stukken, mede in onderling verband gezien, staat naar het oordeel van de Ondernemingskamer genoegzaam vast dat MIHB op de dag van dagvaarding voor eigen rekening in ieder geval 198.375.635 Aandelen hield van de in totaal bij deze toets mee te tellen 202.431.139 (208.967.756 minus 6.536.617) Aandelen in het geplaatste kapitaal van JET en daarmee 98% van het geplaatste kapitaal verschafte. In artikel 8.6.2 van de ten tijde van de dagvaarding geldende statuten is bepaald dat één aandeel recht geeft op het uitbrengen van één stem in de algemene vergadering. Aldus verschaft MIHB op de dag van dagvaarding ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van JET en vertegenwoordigt zij ten minste 95% van de stemrechten in JET. De vordering is ook in zoverre deugdelijk.
Vordering is ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders van JET
3.7
Wat betreft het dagvaarden van de gezamenlijke andere aandeelhouders overweegt de Ondernemingskamer als volgt.
3.8
Uit het overgelegde aandeelhoudersregister blijkt dat op de dag van dagvaarden alle Aandelen staan geregistreerd ten name van Nederlands Centraal Instituut voor Giraal Effectenverkeer B.V., inmiddels ook bekend als Euroclear Nederland (hierna: Euroclear Nederland). MIHB heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat Euroclear Nederland voor het doel van de uitkoopprocedure niet moet worden aangemerkt als aandeelhouder en dat uitsluitend de – gedeeltelijk niet bij name bekende – (rechts)personen rechthebbenden zijn op de op naam van Euroclear Nederland in het aandeelhoudersregister vermelde Aandelen.
3.9
MIHB heeft zich op het standpunt gesteld dat de ADSs in het kader van de uitkoopregeling als (royeerbare) bewilligde certificaten moeten worden gekwalificeerd en dat Deutsche Bank moet worden aangemerkt als administratiekantoor en aandeelhouder. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is genoegzaam gebleken dat Deutsche Bank, gelet op de inhoud van de Deposit Agreement (zie 2.6) (giraal, via Euroclear Nederland) Aandelen houdt, daartoe rechthebbende is en aandeelhoudersrechten kan uitoefenen. In het verlengde daarvan moeten de ADSs in dit geval naar Nederlands recht en voor het doel van de uitkoopregeling als (royeerbare) bewilligde certificaten worden gekwalificeerd, zie ook het arrest van de Ondernemingskamer van 17 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3663 (Thales/Gemalto).
3.1
MIHB heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de CDIs in het kader van de uitkoopregeling als (royeerbare) bewilligde certificaten moeten worden gekwalificeerd en dat CREST Depository moet worden aangemerkt als administratiekantoor en aandeelhouder. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is genoegzaam gebleken dat CREST Depository, gelet op de inhoud van de CREST Manual en de Global Deed Poll (zie 2.4 en 2.5) (giraal, via Euroclear Nederland) Aandelen houdt, daartoe rechthebbende is en aandeelhoudersrechten kan uitoefenen. In het verlengde daarvan moeten de CDIs in het onderhavige geval naar Nederlands recht en voor het doel van de uitkoopregeling als (royeerbare) bewilligde certificaten worden gekwalificeerd. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer heeft MIHB voorts voldoende belang bij haar vordering CREST Nominees als beheerder van de Aandelen te veroordelen de overdracht van de Aandelen door CREST Depository te gehengen en te gedogen.
3.11
De gelijkstelling in artikel 2:359a lid 2 BW van certificaten uitgegeven met medewerking van de vennootschap met aandelen en van een certificaathouder met een aandeelhouder betekent dat een uitkoopvordering ook kan strekken tot overdracht van certificaten maar brengt niet mee dat een uitkoper die overdracht vordert van de aandelen gehouden is om zowel de aandeelhouders als de certificaathouders te dagvaarden. Dit strookt met de arresten van de Ondernemingskamer van 4 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1203 (Royal Reesink) en 27 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1029 (Unilever).
3.12
Wat het derde vereiste betreft (of de vordering is ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders), blijkt uit de in het geding gebrachte stukken dat MIHB de gezamenlijke andere aandeelhouders op juiste wijze heeft gedagvaard. Ook in zoverre is de vordering deugdelijk.
Vordering binnen een termijn van drie maanden ingesteld
3.13
De Ondernemingskamer stelt voorts vast dat MIHB de vordering op 23 december 2025 heeft ingesteld en daarmee binnen de in artikel 2:359c lid 3 BW bedoelde termijn van drie maanden na afloop van de termijn voor aanvaarding van het Bod. De Ondernemingskamer gaat er daarbij van uit dat de laatste dag van de na-aanmeldingstermijn – 16 oktober 2025 – de dag is waarop de termijn voor aanvaarding van het Bod afloopt, als bedoeld in artikel 2:359c lid 3 BW.
Tussenconclusie
3.14
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen kan de vordering van MIHB in beginsel worden toegewezen en spitst de zaak zich toe op de vaststelling van een billijke prijs voor de over te dragen aandelen.
Billijke prijs
3.15
MIHB vordert dat de prijs per over te nemen Aandeel wordt gesteld op de biedprijs van € 20,30 per Aandeel en stelt zich op het standpunt dat deze biedprijs gelet op artikel 2:359c lid 6 BW geacht wordt een billijke prijs te zijn omdat zij minimaal 90% van de Aandelen heeft verworven waarop het Bod betrekking had.
3.16
Indien een vrijwillig openbaar bod als bedoeld in artikel 5:74 Wft Pro is uitgebracht, wordt ingevolge artikel 2:359c lid 6 BW de waarde van de bij het bod geboden tegenprestatie geacht een billijke prijs te zijn, mits ten minste 90% van de aandelen is verworven waarop het bod betrekking had. Het wettelijk prijsvermoeden wordt in de visie van de wetgever gerechtvaardigd door de grote mate waarin degenen tot wie het bod was gericht bereid zijn gebleken hun belang in de doelvennootschap te verkopen tegen de onder het bod geboden tegenprestatie. Indien houders van ten minste 90% van de (certificaten van) aandelen waarop het bod betrekking heeft de biedprijs kennelijk ten minste een adequate weerspiegeling van de waarde van (certificaten van) aandelen achten, is het vermoeden gerechtvaardigd dat de biedprijs billijk is.
3.17
De Ondernemingskamer dient bij de vaststelling van de acceptatiegraad van het bod – dat wil zeggen bij de vaststelling of aan het 90%-criterium is voldaan – in het licht van deze ratio: i) te bepalen welke aandelen, behorende tot de aandelen waarop het bod betrekking had, in de berekening betrokken dienen te worden (de noemer van de breuk); en ii) te bepalen welke door de uitkoper verworven aandelen in de berekening dienen te worden betrokken (de teller van de breuk).
3.18
In het arrest van 4 april 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1203 (Royal Reesink)) heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat met het oog op de ratio van het 90%-criterium in de berekening van de acceptatiegraad van het bod niet meetellen de (certificaten van) aandelen die worden gehouden door (rechts)personen die in
een wezenlijk andere positieverkeren dan houders van (certificaten van) aandelen die door acceptatie van het bod slechts hun belang in de doelvennootschap verkopen tegen de onder het bod geboden tegenprestatie. Als aandeelhouders die in een wezenlijk andere positie verkeren als hiervoor bedoeld worden in ieder geval aangemerkt:
de uitkoper en met haar in een groep verbonden rechtspersonen;
(rechts)personen die kunnen worden aangemerkt als een bieder in de zin van artikel 1:1 Wft Pro;
de doelvennootschap en met haar in een groep verbonden rechtspersonen;
bestuurders en commissarissen van de doelvennootschap; en
degenen op wie een door de bieder getroffen regeling of een met de bieder gesloten overeenkomst van toepassing is die hen in een wezenlijk andere positie brengt.
3.19
Ter staving van de stelling dat aan de 90%-drempel is voldaan, heeft MIHB onder meer de Notariële verklaring (met bijlagen) overgelegd, waarin de (waarnemend) notaris op basis van de onderzochte documenten onder andere verklaart dat:
- ten tijde van het uitbrengen van het Bod het totaal geplaatste kapitaal van JET bestond uit 208.967.756 Aandelen van elk nominaal € 0,04;
- MIHB ten tijde van het uitbrengen van het Bod geen Aandelen hield in JET;
- JET ten tijde van het uitbrengen van het Bod 8.288.240 Aandelen in haar eigen kapitaal hield;
- ten tijde van het uitbrengen van het Bod 15.644.413 Aandelen in het kapitaal van JET werden gehouden door bestuurders van JET en (afgerond) 56.470 Aandelen (via ADS) door een commissaris van JET;
- JET op 9 oktober 2025 409.123 Aandelen die zij in haar eigen kapitaal hield aangemeld heeft onder het Bod namens (voormalige) leden van de raad van bestuur van JET (omdat deze Aandelen voor het einde van de na-aanmeldingstermijn aan deze laatsten zouden toekomen ingevolge versneld onvoorwaardelijke toekenningen in het kader van de afwikkeling van verschillende JET
incentive plans;
- STAK ten tijde van het uitbrengen van het Bod 2.875.762 Aandelen hield in JET en JET op 25 september 2025 1.342.500 Aandelen heeft overgedragen aan STAK in het kader van de afwikkeling van verschillende
incentive plansvan JET (zie 2.10); en,
- tijdens de aanmeldingstermijn 182.084.104 Aandelen zijn aangeboden onder het Bod; tijdens de na-aanmeldingstermijn 16.287.885 Aandelen zijn aangeboden onder het Bod en na de na-aanmeldingstermijn 3.646 Aandelen zijn aangeboden onder het Bod.
3.2
Verder heeft MIHB gesteld dat op het moment van het uitbrengen van het Bod geen met MIHB in een groep verbonden rechtspersonen Aandelen, ADSs of CDIs hielden. Ook heeft MIHB gesteld – wat in het Biedingsbericht wordt bevestigd – dat Prosus, MIH Internet Holdings B.V. en MIH e-commerce Holdings B.V. zijn aangemerkt als bieder in de zin van artikel 1:1 Wft Pro en dat deze entiteiten ook geen Aandelen, ADSs of CDIs in JET hielden ten tijde van het uitbrengen van het Bod.
3.21
De Ondernemingskamer stelt vast dat het Bod betrekking had op alle geplaatste en uitstaande Aandelen in het kapitaal van JET en dus geen betrekking had op de 8.288.240 Aandelen die JET hield in haar eigen kapitaal. Daartoe rekent de Ondernemingskamer evenwel niet de 1.342.500 Aandelen die JET op 25 september 2025 heeft overdragen aan de STAK en de 409.123 Aandelen die JET hield ten behoeve van de (voormalig) bestuurders nu deze aandelen namens hen onder het Bod zijn aangemeld en overgedragen aan MIHB. Uitgangspunt is derhalve dat het Bod betrekking had op 202.431.139 uitstaande Aandelen (208.967.756 – 8.288.240 + 1.342.500 + 409.123). De Ondernemingskamer is verder van oordeel dat MIHB terecht de Aandelen die werden gehouden door de bestuurders en een commissaris van JET en STAK buiten de berekening van de acceptatiegraad van het Bod heeft gehouden. Zij verkeren immers in een wezenlijk andere positie dan de houders van aandelen die door acceptatie van het Bod slechts hun belang in de doelvennootschap verkopen tegen de onder het Bod geboden tegenprestatie.
3.22
Het overwogene in 3.17-3.21 brengt mee dat de Ondernemingskamer het aantal in aanmerking te nemen Aandelen (de noemer) als volgt berekent:
Geplaatste aantal gewone aandelen ten tijde van het Bod
208.967.756
Aandelen gehouden door JET
Transactie met STAK
Afwikkeling
incentive plans
8.288.240
1.342.500
409.123
6.536.617
-/-
6.536.617
-/-
Aandelen waarop het Bod betrekking heeft
202.431.139
Aandelen gehouden door bestuurders van JET
Aandelen gehouden door commissaris van JET
Afwikkeling
incentive plans
15.644.413 56.470
409.123
16.110.006
+/+
16.110.006
Aandelen gehouden door STAK
Transactie met JET
2.875.762
1.342.500
4.218.262
+/+
4.218.262
-/-
Totaal in aanmerking te nemen Aandelen
182.102.871
3.23
JET heeft, voor zover voor de berekening van de acceptatiegraad relevant de volgende Aandelen verkregen (de teller):
Onder de eerste aanmeldingstermijn
182.084.104
Onder de na-aanmeldingstermijn
16.287.885
Na de na-aanmeldingstermijn
___ 3.646
+/+
198.375.635
Aandelen gehouden door STAK
4.218.262
Aandelen gehouden door bestuurders/commissaris
16.110.006
-/-
Totaal relevante onder het Bod verworven Aandelen
178.047.367
3.24
Gelet op het voorgaande is het de Ondernemingskamer genoegzaam gebleken dat de acceptatiegraad van de biedprijs 97,77% (178.047.367/182.102.871 x 100%) bedraagt en MIHB derhalve ten minste 90% van de aandelen heeft verworven waarop het Bod betrekking had zoals bedoeld in artikel 2:359c lid 6 BW.
3.25
De biedprijs van € 20,30 per Aandeel wordt dan ook vermoed een billijke prijs te zijn. Er zijn de Ondernemingskamer geen redenen gebleken om van dit vermoeden af te wijken.
Peildatum
3.26
De Ondernemingskamer overweegt ten aanzien van de peildatum als volgt. In het arrest van 7 juli 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:2775 (Unit4)) heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat in uitkoopprocedures die volgen op een openbaar bod als uitgangspunt geldt dat de peildatum gelijk is aan de datum van de betaalbaarstelling onder het bod, mits de bieder dan tenminste 95% van het geplaatste kapitaal (en ten minste 95% van de stemrechten) van de doelvennootschap houdt. Dit uitgangspunt doet recht aan de belangen van zowel eisers als gedaagden in uitkoopprocedures en hantering van dit uitgangspunt draagt bij aan de rechtszekerheid en het terugdringen van de doorlooptijden. In zijn algemeenheid (en dus afgezien van de bijzondere omstandigheden van enig concreet geval) kan niet gezegd worden dat gelijkstelling van de peildatum met de datum van de betaalbaarstelling onder het bod leidt tot een uitkoopprijs die niet “
reasonably related to its value” is en daarom strijd oplevert met artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM.
3.27
Het uitgangspunt dat de peildatum gelijk is aan de datum van betaalbaarstelling onder het openbaar bod, mits de bieder ten minste 95% van het geplaatste kapitaal (en ten minste 95% van de stemrechten) van de doelvennootschap houdt, doet er niet aan af dat zich in enige zaak omstandigheden kunnen voordoen die rechtvaardigen dat een andere datum als peildatum wordt gekozen, waaronder bijvoorbeeld een aanzienlijk verloop tussen de betaalbaarstelling onder het bod (of het overschrijden van de 95%-grens) en de dag van dagvaarding.
3.28
In deze zaak ziet de Ondernemingskamer in het tijdsverloop sinds de betaalbaarstelling onder het Bod geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt en stelt zij de peildatum op 21 oktober 2025, de dag van betaalbaarstelling na de na-aanmeldingstermijn van het Bod, tevens de dag waarop de 95%-drempel van artikel 2:359c lid 1 BW is gehaald.
3.29
De slotsom is dat de vordering van MIHB, die ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, voor toewijzing vatbaar is op de wijze zoals hierna te vermelden.

4.De beslissing

De Ondernemingskamer:
a) veroordeelt Just Eat TakeAway.com B.V., Deutsche Bank Trust Company Americas, CREST Depository Limited, en alle andere niet bij naam bekende houders van aandelen in het kapitaal van de besloten vennootschap Just Eat Takeaway.com B.V. het onbezwaarde recht op de door ieder van hen gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van Just Eat Takeaway.com B.V. over te dragen aan MIH Bidco Holding B.V.;
b) veroordeelt CREST International Nominees Limited de overdracht door CREST Depository Limited als bedoeld onder a) te gehengen en te gedogen;
c) stelt de prijs vast per 21 oktober 2025 en wel op € 20,30 per aandeel;
d) bepaalt dat die prijs, zolang en voor zover deze niet is betaald, wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2025 tot de dag van de overdracht of consignatie van de prijs met rente overeenkomstig artikel 2:359c BW;
e) bepaalt dat uitkeringen, in laatstbedoeld tijdvak op de aandelen betaalbaar gesteld, tot gedeeltelijke betaling van de prijs op de dag van betaalbaarstelling strekken;
f) veroordeelt MIH Bidco Holding B.V. de vastgestelde prijs, met rente zoals vermeld, te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren of zullen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen;
g) verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
h) wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.P. Wessels en mr. J.M. de Jongh, raadsheren en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. drs. F. Marring RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.