Uitspraak
GeRechtshof Amsterdam
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek en de standpunten daarover
appellant wraakt het hof, alle drie, want appellant vermoedt partijdigheid, vanwege de vraagstelling door de oudste raadsheer”. De vraag van de oudste raadsheer, mr. Akkaya (in het proces-verbaal aangeduid als ‘Raadsheer 1’), en de reactie daarop van mr. Le Heux, de advocaat van de wederpartij van verzoeker, zijn als volgt opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak:
3.De beoordeling
Het hof zal op de zitting van komende woensdag met partijen de ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep bespreken. Daarbij zal aan de orde komen of het hof in geval van niet-ontvankelijkheid de zaak dient door te verwijzen (vgl. HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4896).” Beide advocaten hebben zich dus kunnen voorbereiden op vragen over (de betekenis van) deze uitspraak. Dat die vragen aan de advocaten tijdens de mondelinge behandeling op een (iets) andere manier zijn verwoord en dat er enige tijd tussen de vragen over de ontvankelijkheid aan mr. Engelsma en mr. Le Heux zat, levert geen aanwijzing op voor het aannemen van partijdigheid bij de raadsheren.