ECLI:NL:GHAMS:2026:1611
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep schadevergoeding wegens termijnoverschrijding bij beëindiging zorgmachtiging Wvggz
Betrokkene had een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en verzocht om beëindiging van de verplichte zorg. De officier van justitie diende het verzoek tot beëindiging echter niet onverwijld in bij de rechtbank, waardoor sprake was van een termijnoverschrijding.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat betrokkene geen concrete schade had onderbouwd. Het hof oordeelde dat volgens de Hoge Raad bij overschrijding van een beslistermijn in de Wvggz de betrokkene zonder nadere onderbouwing recht heeft op een schadevergoeding wegens immateriële schade zoals spanning en frustratie.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie de medische verklaring te laat ontving en het verzoek pas na 23 dagen indiende, wat onnodige vertraging opleverde. De schadevergoeding werd vastgesteld op €230,-, hoger dan het door betrokkene gevorderde bedrag. Daarnaast werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof kent betrokkene een schadevergoeding van €230 toe wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzoek tot beëindiging van de zorgmachtiging.