ECLI:NL:GHAMS:2026:1451
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomsten vernietiging en verjaring van rechtsvordering
In deze civiele zaak staat centraal de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten die de afnemer met een rechtsvoorgangster van Dexia heeft gesloten. De echtgenote van de afnemer, die geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van deze overeenkomsten, heeft deze vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro.
De kantonrechter had de vernietiging van de overeenkomsten bevestigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan de afnemer. Dexia ging in hoger beroep en betwistte onder meer dat de vernietigingsvordering niet was verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met het bestaan van de overeenkomsten.
Het hof acht het aannemelijk dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomsten, gelet op betalingen vanaf een en/of-rekening. De afnemer krijgt echter de gelegenheid om tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat de afnemer toe tegenbewijs te leveren over de bekendheid van de echtgenote met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.