ECLI:NL:GHAMS:2026:1450
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs echtgenote tegen verjaringsstelling effectenleaseovereenkomsten
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen Dexia Nederland B.V. en de echtgenote van de afnemer van effectenleaseovereenkomsten, staat het geschil centraal of de vernietigingsvordering van de echtgenote wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming is verjaard.
De effectenleaseovereenkomsten zijn aangemerkt als koop op afbetaling en de echtgenote heeft op grond van het BW het recht deze te vernietigen. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met het bestaan van de overeenkomsten.
Dexia stelt dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, onder meer omdat betalingen vanaf een en/of-rekening zijn gedaan. Het hof acht dit een bewijsvermoeden en laat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor.
De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het tegenbewijs is geleverd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 26 mei 2026 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof staat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren tegen de stelling dat zij vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.