ECLI:NL:GHAMS:2026:1446
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomst vernietiging en verjaring van rechtsvordering
De afneemster heeft met een rechtsvoorgangster van Dexia een effectenleaseovereenkomst gesloten zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot. De echtgenoot heeft de overeenkomst vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro. Dexia betwist de vernietiging en beroept zich op verjaring van de rechtsvordering.
De kantonrechter heeft de effectenleaseovereenkomst vernietigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan de afneemster. Dexia gaat in hoger beroep tegen het oordeel dat de vernietigingsvordering niet is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst.
Het hof neemt aan dat de betalingen vanaf een en/of-rekening zijn gedaan, wat een bewijsvermoeden schept dat de echtgenoot vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomst. De afneemster krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de afneemster tegenbewijs levert tegen de stelling dat de echtgenoot vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.