Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
11 oktober 2024 heeft plaatsgevonden. Het proces-verbaal van die zitting bevindt zich bij de stukken. Tijdens de mondelinge behandeling na aanbrengen is geen schikking bereikt.
3.Feiten
momenteel is er in het souterrain een charmante B&B gevestigd, hier rust een bedrijfsfunctie op maar kan worden omgezet naar woonbestemming. Als bouwjaar van de woning is 1869 vermeld.
Is de grondwaterstand in de afgelopen jaren waarneembaar gewijzigd of is er sprake van wateroverlast geweest? is in de vragenlijst beantwoord met
ja.De vervolgvraag
Zo ja, heeft dit tot problemen geleid in de vorm van water in de kruipruimte c.q. kelder?is beantwoord met
nee.
a) Op de foto in het rapport van Reinbouw van 4 juni 2021 is op pagina 9 te zien dat het afvoerputje van de lichtschacht op dat moment nog gelijk ligt met het terrein, op mijn foto 10 is dat niet meer het geval.
a) De met kalkzandsteen afgesloten oude deuropening aan de zijkant van de uitbouw achterin het pand ligt tegen de lichthof aan. (Foto 14)
4.Eerste aanleg
5.Het hoger beroep
6.Beoordeling
gebruikt(te weten: bewoning/bedrijfsmatig). Deze bepaling zegt niets over de vraag of de woning voor dat gebruik
geschiktis. Evenmin is de door [appellanten] bedoelde garantie te lezen in artikel 17 lid 3 van Pro de koopovereenkomst. Deze bepaling bevat een feitelijke vaststelling (de woning is in gebruik als woonruimte) en een procesafspraak (voor de leveringsdatum zal de bestemming van het souterrain worden aangepast). Een garantieverplichting kan uit de tekst van de bepaling niet worden afgeleid. [appellanten] hebben niet toegelicht op grond van welke verklaringen of gedragingen zij er toch gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat bedoelde artikelen de door hen gestelde garantie inhouden.
Omschrijving leveringsverplichting. [appellanten] hoefden de bepaling, mede in het licht van het voorgaande, niet te begrijpen als een van artikel 7:17 BW Pro afwijkende risicoverdeling die meebrengt dat geen enkel feitelijk gebrek een tekortkoming van de verkoper oplevert.
in gebruik nemenvan een dompelpomp in de woning - partijen twisten daarover - kan in het midden blijven. [appellanten] hebben namelijk geen voldoende concrete stellingen ingenomen over de vraag of het is toegestaan om - zoals in dit geval - een in de jaren ‘70 van de vorige eeuw in gebruik genomen dompelpomp in de woning te
handhaven. Die onderbouwing hadden zij wel moeten geven, mede gelet op de uitvoerige betwisting van [geïntimeerden] , die erop hebben gewezen dat het pand in 2004 door de gemeente [plaats 1] is geïnspecteerd in verband met een splitsing in appartementsrechten, zonder dat daarbij opmerkingen zijn gemaakt over (een ontbrekende vergunning voor) de dompelpomp. Dat de aanwezigheid van de dompelpomp, gelet op het voorgaande, op zichzelf non-conformiteit van de woning oplevert, valt daarom niet vast te stellen. Als dit al anders zou zijn, dan geldt bovendien dat de aanwezigheid van de dompelpomp ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bij [appellanten] bekend was. De dompelpomp was immers direct zichtbaar via een in de vloer van het souterrain aangebrachte open put en door [appellanten] is ook niet betwist dat zij, hun aankoopmakelaar en de taxateur de dompelpomp allen voor levering van de woning hebben waargenomen. Ook tijdens de in opdracht van [appellanten] uitgevoerde bouwkundige keuring is de dompelpomp gezien. De aanwezigheid van de dompelpomp was dus bekend. Het had bij die stand van zaken op de weg van [appellanten] gelegen om nader onderzoek te doen naar de vraag of voor de dompelpomp een vergunning was vereist.
Beslissing